- Arrest van 12 april 2013

12/04/2013 - C.12.0498.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter kan wanneer het bedrag hoger is dan de potentiële schade, het strafbeding niet vernietigen, maar kan enkel het overeengekomen bedrag verminderen(1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0498.N

1. J V,

2. BMV bvba,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

L R,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 16 april 2012.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 15 maart 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 1231, § 1, eerste lid, Burgerlijk Wetboek kan de rechter, ambtshalve of op verzoek van de schuldenaar, de straf die bestaat in het betalen van een bepaalde geldsom verminderen, wanneer die som kennelijk het bedrag te boven gaat dat de partijen konden vaststellen om de schade wegens de niet-uitvoering van de overeenkomst te vergoeden.

De rechter kan wanneer het bedrag hoger is dan de potentiële schade, het strafbe-ding niet vernietigen, maar kan enkel het overeengekomen bedrag verminderen.

2. De appelrechters oordelen dat de laatste alinea van artikel 3 van de huur-overeenkomst te beschouwen is als een schadebeding dat een forfaitair en indem-nitair karakter heeft en dat de vastgestelde schadevergoeding "kennelijk het be-drag te boven gaat dat de partijen konden vaststellen om de schade wegens niet-uitvoering van de overeenkomst te vergoeden". Zij beslissen op grond hiervan dat het beding nietig is zodat de tegenvordering van de eisers als ongegrond moet worden afgewezen.

3. Door aldus te oordelen, schenden de appelrechters artikel 1231, § 1, Burger-lijk Wetboek.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de tegenvorde-ring van de eisers en over de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh en Bart Wylle-man, en op de openbare rechtszitting van 12 april 2013 uitgesproken door afde-lingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen B. Wylleman K. Mestdagh

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Niet-uitvoering

  • Strafbeding

  • Bevoegdheid van de rechter