- Arrest van 12 april 2013

12/04/2013 - C.13.0134.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 446ter, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek volgt dat de mogelijkheid om een beroep te doen op de raad van de orde van advocaten bij de controle van de erelonen, niet belet dat elk van de partijen, zich tot de burgerlijke rechter kan wenden om het geschil over het ereloon te beslechten (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0134.N

1. D D bvba, met zetel te 1140 Evere, Optimismelaan 1, bus 3,

2. M D, wonende te 9830 Sint-Martens-Latem, Paalsteen 5,

3. G D, wonende te 8900 Ieper, Memlingdreef 5,

verzoekers tot onttrekking van de zaak aan de rechter wegens gewettigde verden-king,

met als raadsman mr. Chris Declerck, advocaat bij de balie te Kortrijk, met kan-toor te 8530 Harelbeke, Kortrijksesteenweg 387,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

In een met redenen omkleed verzoekschrift dat op 19 maart 2013 ter griffie van het Hof is ontvangen, vragen de verzoekers dat de rechtspleging hangende voor de raad van de Orde van advocaten te Kortrijk, gekend onder nummer TO 1455, aan die raad zou worden onttrokken wegens gewettigde verdenking en alle handelingen te vernietigen die voor de uitspraak zouden worden verricht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 5 april 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. De verzoekers vragen de zaak te onttrekken aan de raad van de orde van ad-vocaten te Kortrijk en voeren hiertoe een 25-tal gronden aan die samengevat ge-steund zijn op, onder meer, voorgehouden onregelmatige "beraadslaging(-en) en beslissing(-en)" van de raad van de Orde om een "taxateur" aan te stellen, zijn opdracht te omschrijven, of heromschrijven, de verdere briefwisseling en de ini-tiatieven van de aangestelde taxateur/verslaggever.

2. Een vordering tot onttrekking van de zaak houdt in dat de procedure gericht is tegen een rechter in de zin van art. 648 Gerechtelijk Wetboek.

3. Krachtens artikel 446ter, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek begro-ten de advocaten hun ereloon met de bescheidenheid die van hun functie moet worden verwacht.

Ingeval het ereloon niet met een billijke gematigdheid is vastgesteld, wordt het door de raad van de Orde verminderd, met inachtneming onder meer van de be-langrijkheid van de zaak en van de aard van het werk, onder voorbehoud van de teruggave die hij beveelt, indien daartoe grond bestaat, dit alles onverminderd het recht van de partij om zich tot het gerecht te wenden indien de zaak niet aan een scheidsgerecht is onderworpen.

4. Uit de wetsgeschiedenis van deze bepaling volgt dat de mogelijkheid om een beroep te doen op de raad van de orde bij de controle van de erelonen, niet belet dat elk van de partijen, zich tot de burgerlijke rechter kan wenden om het ge-schil over het ereloon te beslechten.

De tussenkomst van de raad van de orde maakt geen rechterlijke beslissing uit.

Het verzoek is kennelijk niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verklaart het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.

Veroordeelt de verzoekers tot de kosten.

Bepaalt de kosten op nul euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh en Bart Wylle-man, en in openbare rechtszitting van 12 april 2013 uitgesproken door afdelings-voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen B. Wylleman K. Mestdagh

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Erelonen

  • Raad van de Orde

  • Controle

  • Burgerlijke rechter