- Arrest van 15 april 2013

15/04/2013 - S.12.0071.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het bepaalde in artikel 25, eerste lid, Uitzendarbeidswet 1987 geldt blijkens zijn uitdrukkelijke bewoordingen voor alle wettelijke bepalingen die steunen op het aantal werknemers dat door een onderneming wordt tewerkgesteld, dit is zowel voor wettelijke bepalingen die de drempel bepalen voor de oprichting van een orgaan als voor wettelijke bepalingen die de drempel bepalen voor andere of ondergeschikte verplichtingen (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0071.N

ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBOND (ACV), representatieve werk-nemersorganisatie, met zetel te 1030 Brussel, Haachtsesteenweg 579,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

AUDI BRUSSELS nv, met zetel te 1190 Brussel, Britse Tweedelegerlaan 201,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, kantoor houdende te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest.

in aanwezigheid van

1. ALGEMEEN BELGISCH VAKVERBOND (ABVV), representatieve werknemersorganisatie, met zetel te 1000 Brussel, Hoogstraat 42,

2. ALGEMENE CENTRALE DER LIBERALE VAKVERBONDEN (ACLVB), representatieve werknemersorganisatie, met zetel te 1070 Brussel, Poincarélaan, 72-74,

3. NATIONALE CONFEDERATIE VOOR KADERPERSONEEL (NCK), representatieve organisatie van kaderleden, met zetel te 1030 Brussel, Lambermontlaan 171 bus 4.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de arbeids-rechtbank van Brussel van 6 maart 2012.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 12 februari 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 24, § 1 wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, hierna: Wet Sociale Verkiezingen, wordt, indien de onderneming minder dan vijfentwintig jeugdige werknemers telt, het aantal mandaten die aan de personeelsafvaardiging worden toegekend, verdeeld in verhouding tot de bezetting van de categorie arbeiders, van de categorie bedienden en in voorkomend geval van de categorie kaderleden. Het wordt berekend op de wijze vastgesteld in de tweede en derde paragraaf.

Krachtens artikel 25 Wet Sociale Verkiezingen, worden, indien de onderneming ten minste 25 jeugdige werknemers tewerkstelt, deze jeugdige werknemers verte-genwoordigd :

1° in de ondernemingen die minder dan 101 werknemers tewerkstellen, door één vertegenwoordiger indien de onderneming 25 tot 50 jeugdige werknemers tewerk-stelt en door twee vertegenwoordigers indien de onderneming meer dan 50 jeug-dige werknemers tewerkstelt;

2° in de ondernemingen die 101 tot 500 werknemers tewerkstellen, door één ver-tegenwoordiger indien de onderneming 25 tot 100 jeugdige werknemers tewerk-stelt en door twee vertegenwoordigers indien de onderneming meer dan 100 jeug-dige werknemers tewerkstelt;

3° in de ondernemingen die meer dan 500 werknemers tewerkstellen, door één vertegenwoordiger indien de onderneming 25 tot 150 jeugdige werknemers te-werkstelt, door twee vertegenwoordigers indien de onderneming 151 tot 300 jeugdige werknemers tewerkstelt en door drie vertegenwoordigers indien de on-derneming meer dan 300 jeugdige werknemers tewerkstelt.

Krachtens artikel 26, § 1, Wet Sociale Verkiezingen wordt het aantal mandaten toegekend aan de personeelsafgevaardigden van 25 jaar en ouder, verdeeld in ver-houding tot de bezetting van de categorie arbeiders, van de categorie bedienden en, in voorkomend geval, van de categorie kaderleden van 25 jaar en ouder. Het wordt berekend op de wijze vastgesteld in de tweede en derde paragraaf.

Krachtens artikel 28 Wet Sociale Verkiezingen moet bij de verdeling van de man-daten van de personeelsafgevaardigden rekening worden gehouden met het aantal personeelsleden van de verschillende categorieën in dienst in de onderneming op de dag van de aanplakking van het bericht waarbij de datum der verkiezingen wordt aangekondigd. Het leidinggevend personeel is begrepen in de categorie van kaderleden.

2. Krachtens artikel 25, eerste lid, Uitzendarbeidswet 1987, komen voor de toepassing van de bepalingen van de wetten en verordeningen die steunen op het aantal werknemers dat door een onderneming wordt tewerkgesteld, de ter be-schikking van een gebruikende onderneming gestelde uitzendkrachten eveneens in aanmerking voor de berekening van de personeelssterkte, tewerkgesteld door die onderneming.

3. Het bepaalde in artikel 25, eerste lid, Uitzendarbeidswet 1987 geldt blijkens zijn uitdrukkelijke bewoordingen voor alle wettelijke bepalingen die steunen op het aantal werknemers dat door een onderneming wordt tewerkgesteld, dit is zo-wel voor wettelijke bepalingen die de drempel bepalen voor de oprichting van een orgaan als voor wettelijke bepalingen die de drempel bepalen voor andere of on-dergeschikte verplichtingen.

4. De artikelen 25 en 26 Wet Sociale Verkiezingen zijn geen wetsbepalingen die aan de werkgever een verplichting opleggen die is gesteund op het aantal werknemers dat door de ondernemingen wordt tewerkgesteld, zoals bedoeld in ar-tikel 25, eerste lid, Uitzendarbeidswet, maar wetsbepalingen die de onderlinge verhouding regelen tussen de verschillende categorieën van werknemers die in dienst zijn van de onderneming en die gesteund zijn op het aantal werknemers van elke categorie die in dienst is van de onderneming op de dag van de aanplakking van het bericht waarbij de datum der verkiezingen wordt aangekondigd.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 172,62 euro en voor de verweerster op 270,07 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Antoine Lievens en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 15 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman A. Lievens

K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Uitzendarbeid

  • Toepassing van wetten die steunen op het aantal werknemers