- Arrest van 16 april 2013

16/04/2013 - P.13.0658.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een cassatieberoep dat is ingesteld tegen een beslissing over een op grond van artikel 27 Voorlopige Hechteniswet ingediend nieuw verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling, vooraleer het Hof uitspraak heeft gedaan over het cassatieberoep dat is ingesteld tegen de beslissing die uitspraak doet over een vorig verzoekschrift, is niet ontvankelijk (1). (1) Zie J. D'HAENENS, De voorlopige hechtenis en de procedure in cassatie, in: Voorlopige hechtenis. De wet van 20 juli 1990, R. DECLERCQ en R. VERSTRAETEN (eds.), Acco Leuven/Amersfoort, nr. 6: het oogmerk van de wetgever was het uitsluiten van de parallelle procedures door het creëren van een autonome cassatieprocedure die, zoals de procedure van hoger beroep, geïntegreerd is in het stelsel zelf van de voorlopige hechtenis dat zich hierdoor karakteriseert dat de opeenvolgende fasen van hechtenis kort zijn en iedere fase afzonderlijk het voorwerp uitmaakt van een eigen afgeronde procedure waarin begrepen zijn de bij de wet bepaalde rechtsmiddelen.

Arrest - Integrale tekst

P.13.0658.N

J E G S,

verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, aangehouden,

eiser.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 4 april 2013 (nr. C/674/13, rep. 2013/1633 - 2009/PGA/645).

De eiser voert in een geschrift dat aan dit arrest is gehecht, grieven aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Over een op grond van artikel 27 Voorlopige Hechteniswet ingediend ver-zoekschrift moet door het bevoegde gerecht zijn beslist binnen de vijf dagen na de neerlegging ervan, eventueel verlengd overeenkomstig artikel 32, zo niet wordt de betrokkene in vrijheid gesteld. Tegen een in laatste aanleg op grond van artikel 27 Voorlopige Hechteniswet gewezen beslissing die de hechtenis handhaaft, kan door de verzoeker overeenkomstig artikel 31, § 1 en § 2, Voorlopige Hechtenis-wet cassatieberoep worden aangetekend binnen de vierentwintig uren vanaf de dag waarop de beslissing hem werd betekend. Het Hof van Cassatie dient bij toe-passing van artikel 31, § 3, tweede lid, van deze wet binnen vijftien dagen te be-slissen te rekenen vanaf het instellen van het cassatieberoep, eventueel verlengd overeenkomstig artikel 32, zo niet wordt de verdachte in vrijheid gesteld.

2. Uit de samenlezing van die bepalingen en de erin bepaalde korte termijnen volgt dat een cassatieberoep dat is ingesteld tegen een beslissing over een op grond van artikel 27 Voorlopige Hechteniswet ingediend nieuw verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling, vooraleer het Hof uitspraak heeft gedaan over het cassatieberoep dat is ingesteld tegen de beslissing die uitspraak doet over een vo-rig verzoekschrift, niet ontvankelijk is.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat bij arrest (P.13.0612.N) van het Hof van 9 april 2013, het cassatieberoep van de eiser tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 28 maart 2013, dat uitspraak doet over eisers op grond van artikel 27 Voorlopige Hechteniswet ingediend ver-zoekschrift, werd verworpen.

Het thans te beoordelen cassatieberoep, dat is ingesteld op 5 april 2013, is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 4 april 2013, dat uit-spraak doet over een door de eiser op grond van artikel 27 Voorlopige Hechtenis-wet ingediend verzoekschrift.

Dit cassatieberoep werd derhalve ingesteld vooraleer het Hof uitspraak heeft ge-daan over eisers cassatieberoep tegen de beslissing over een vorig verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling en is dus niet ontvankelijk.

Grieven

4. De grieven die geen betrekking hebben op de ontvankelijkheid van het cas-satieberoep, behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 77,61 euro.

K. Vanden Bossche

A. Lievens P. Hoet

A. Bloch F. Van Volsem L. Van hoogenbemt

Vrije woorden

  • Voorlopige hechtenis

  • Verzoek tot voorlopige invrijheidstelling

  • Beslissing van verwerping

  • Cassatieberoep

  • Nieuw verzoek tot voorlopige invrijheidstelling

  • Cassatieberoep tegen beslissing van verwerping vooraleer uitspraak over vorig cassatieberoep

  • Ontvankelijkheid