- Arrest van 17 april 2013

17/04/2013 - P.12.1993.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vordering wegens laster mag niet verward worden met die wegens lasterlijke aangifte; terwijl het in het eerste geval aan de beklaagde staat om de waarheid te bewijzen van de kwaadwillige aantijgingen, die geacht worden vals te zijn tot het bewijs ervan is geleverd, staat het in het tweede geval aan het openbaar ministerie dat stelt dat het een lasterlijke aangifte betreft, om het bewijs daarvan te leveren en vervolgens, in voorkomend geval, van de beslissing van de bevoegde overheid (1). (1) J. LECLERCQ, 'Atteintes portées à l'honneur ou à la considération des personnes' in Les Novelles, Droit pénal, dl. IV, Brussel, Larcier, 1989, nr. 7477; P. MAGNIEN, 'Les atteintes portées à l'honneur et à la considération des personnes', in Les infractions, dl. 2, Les infractions contres les personnes, Larcier, p. 791.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1993.F

P. M.,

Mr. Emmanuel Carlier, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

H. A.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 30 oktober 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing over de straf-vordering

Middel

Het middel voert schending aan van artikel 445 Strafwetboek.

Het arrest verklaart de telastlegging lasterlijke aangifte, bepaald in artikel 445, tweede lid, Strafwetboek, in hoofde van de eiser bewezen.

De vordering wegens laster is geen vordering wegens lasterlijke aangifte.

Daar waar het in het eerste geval aan de beklaagde toekomt, waarachtigheid te bewijzen van de kwaadwillige aantijgingen die worden geacht vals te zijn tot het bewijs ervan wordt geleverd, dient, in het tweede geval, het openbaar ministerie dat beweert dat de aangifte lasterlijk is, daarvan het bewijs te leveren net als, in voorkomend geval, van de beslissing van de bevoegde overheid.

Het arrest stelt vast dat de eiser het bewijs moet leveren dat de door hem aangege-ven feiten waar zijn, wat hij nalaat te doen.

Het arrest, dat de bewijslast van een bestanddeel van het misdrijf omkeert, ver-antwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing over de burger-lijke rechtsvordering

De eiser voert geen middel in het bijzonder aan.

De hierna uit te spreken vernietiging, op het onbeperkt cassatieberoep van de eiser, beklaagde, van de beslissing op de tegen hem ingestelde strafvordering, brengt evenwel de vernietiging met zich mee van de eindbeslissing op de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvordering, die uit eerstgenoemde beslissing voortvloeit.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens, Françoise Roggen en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 17 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Lasterlijke aangifte

  • Vervolging

  • Bewijslast

  • Openbaar ministerie