- Arrest van 17 april 2013

17/04/2013 - P.12.0460.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De strafvordering vervalt door de dood van de inverdenkinggestelde of door afsluiting van vereffening, door gerechtelijke ontbinding of door ontbinding zonder vereffening wanneer het om een rechtspersoon gaat; de strafvordering kan later nog worden uitgeoefend, indien de invereffeningstelling, de gerechtelijke ontbinding of de ontbinding zonder vereffening tot doel had te ontsnappen aan de vervolging, of indien de rechtspersoon overeenkomstig artikel 61bis van het Wetboek van Strafvordering, in verdenking was gesteld voor het verlies van de rechtspersoonlijkheid; hetzelfde geldt indien de rechtspersoon voor het verlies van de rechtspersoonlijkheid werd gedagvaard (1). (1) Gedr.st., Kamer, zitting 1998-1999, nr. 2093/5, p. 39; Gedr.st., Senaat, zitting 1998-1999, nr. 1217/6, p. 70 tot 77 en 129; J. SPREUTELS, F. ROGGEN en E. ROGER-FRANCE, Droit pénal des affaires, Bruylant, 2005, p. 76.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0460.F

1. ARCELORMITTAL LIEGE UPSTREAM nv,

2. ARCELORMITTAL BELGIUM nv,

Mrs. Philippe Hallet, Pierre Lejeune en Georges Matray, advocaten bij de balie te Luik, en Françoise Vidts, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

BELGISCHE STAAT, minister van Binnenlandse Zaken.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 7 februari 2012.

De eiseressen voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

(...)

B. Cassatieberoep van de naamloze vennootschap Arcelormittal Belgium

1. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvor-dering

Eerste middel

Het middel voert schending aan van artikel 20, eerste en tweede lid, Vooraf-gaande Titel Wetboek van Strafvordering en artikel 61bis, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.

Het verwijt het bestreden arrest dat het beslist dat de strafvordering nog kan wor-den uitgeoefend ten aanzien van een rechtspersoon die ontbonden is zonder veref-fening wanneer die rechtspersoon, zonder door de onderzoeksrechter in verden-king te zijn gesteld, rechtstreeks werd gedagvaard nog vóór hij zijn rechtspersoon-lijkheid had verloren.

Overeenkomstig het voormelde artikel 20, eerste en tweede lid, vervalt de straf-vordering door de dood van de verdachte of door afsluiting van vereffening, door gerechtelijke ontbinding of door ontbinding zonder vereffening wanneer het om een rechtspersoon gaat. De strafvordering kan daarna nog worden uitgeoefend in-dien de invereffeningstelling, de gerechtelijke ontbinding of de ontbinding zonder vereffening tot doel hebben aan de vervolging te ontsnappen, of indien de rechts-persoon overeenkomstig artikel 61bis door de onderzoeksrechter in verdenking is gesteld nog vóór hij zijn rechtspersoonlijkheid had verloren.

Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 4 mei 1999 tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen blijkt dat de wetgever met die bepalingen heeft willen beletten dat de strafvordering door vereffening of ontbinding wordt verhinderd, wanneer zij met name wordt ingesteld nadat de rechtspersoon ten gevolge van een inverdenkingstelling met zekerheid kennis heeft gekregen van het feit dat hij zal worden vervolgd. Hetzelfde geldt a fortiori voor een dagvaarding.

De appelrechters, die oordelen dat de strafvordering niet vervallen is op grond dat de dagvaarding op 8 november 2010 werd betekend, met andere woorden vóór het verlies van de rechtspersoonlijkheid, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de tweede eiseres tot de kosten van de cassatieberoepen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 17 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Rechtspersonen

  • Vereffening of ontbinding van de rechtspersoon

  • Latere uitoefening van de strafvordering