- Arrest van 19 april 2013

19/04/2013 - F.11.0102.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0102.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. E. B., ,

2. L. V. D.,

verweerders,

met als raadsman mr. Kristof Spagnoli, advocaat, met kantoor te 2000 Antwerpen, Cockerilkaai 18, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 4 januari 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 11 december 2012 een schriftelijke conclu-sie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel dat voorhoudt dat de appelrechters zich niet ten volle gebon-den achten door de definitieve vaststellingen van de strafrechter in verband met de niet-gefactureerde hoeveelheden bloem, omdat het bewijs van die hoeveelheden door middel van een vermoeden werd geleverd, gaat uit van een verkeerde lezing van het bestreden arrest.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

2. Het arrest van het hof van beroep te Gent van 16 maart 1994 werd uitge-sproken geruime tijd nadat de litigieuze aanvullende aanslagen voor de aanslagja-ren 1983 tot 1986 waren gevestigd.

Het onderdeel gaat uit van de verkeerde veronderstelling dat dit arrest op strafge-bied, dat op het ogenblik van de vestiging van de aanslagen nog niet was gewe-zen, tot gevolg heeft dat deze aanslagen, die op grond van vermoedens werden gevestigd, retroactief moeten geacht worden niet op grond van vermoedens te zijn gevestigd.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

3. De beslissing van de appelrechters wordt geschraagd door het niet aange-vochten oordeel dat de administratie de aanslagen voor de aanslagjaren 1983 tot 1986 heeft gevestigd door een vermoeden op een vermoeden toe te passen.

Gelet op dit oordeel dienden de appelrechters niet meer te antwoorden op het ver-weer van de eiser in cassatie dat hij voor de winstberekening voor de aanslagjaren 1983 tot 1986 voorzichtigheidshalve heeft geopteerd voor een herziening in het voordeel van de belastingplichtige.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Vierde onderdeel

4. Daar de beslissing van de appelrechters wordt geschraagd door het niet aan-gevochten oordeel dat de administratie de aanslagen voor de aanslagjaren 1983 tot 1986 heeft gevestigd door een vermoeden op een vermoeden toe te passen, komt het onderdeel op tegen een overtollig motief en kan het derhalve, zelfs al was het gegrond, niet tot cassatie leiden.

Het onderdeel is wegens gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 155,04 euro en voor de verweerders op 136,62 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 19 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stas-sijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche F. Van Volsem G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns E. Stassijns

Vrije woorden