- Arrest van 22 april 2013

22/04/2013 - C.12.0448.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De beslissingen van de strafrechter over de hem voorgelegde burgerlijke rechtsvorderingen hebben gezag van gewijsde krachtens artikel 23 van het Gerechtelijk Wetboek en niet krachtens het algemeen rechtsbeginsel betreffende het gezag van gewijsde in strafzaken op de burgerlijke rechtsvordering (1). (1) Zie concl. O.M., in Pas., nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0448.F

GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS, onderlinge verze-keringsvereniging,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. NATEUS nv,

2. ETHIAS nv,

3. CHARTRIS EUROPE nv,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van 6 april 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te Verviers.

De zaak is bij beschikking van 4 april 2013 door de eerste voorzitter verwezen naar de derde kamer.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

(...)

II. BESLISSING VAN HET HOF

Middel

De beslissingen van de strafrechter over de burgerlijke vorderingen die hem zijn voorgelegd, hebben gezag van gewijsde krachtens artikel 23 Gerechtelijk Wetboek en niet krachtens het algemeen rechtsbeginsel betreffende het gezag van gewijsde in strafzaken op de burgerlijke vordering.

In tegenstelling tot wat het middel voorhoudt, doet het vonnis van 24 juni 2003 van de politierechtbank te Verviers, dat beslist dat de vorderingen van de burger-lijke partijen, waaronder die van de derde verweerster, gegrond zijn tegen de eiser "die het slachtoffer moet vergoeden wanneer, zoals te dezen, geen enkele verzeke-ringsonderneming verplicht is te vergoeden wegens toeval die de bestuurder van het voertuig die het ongeval heeft veroorzaakt, vrijgesteld wordt", geen uitspraak in strafzaken doch over de burgerlijke vorderingen.

Het middel dat het bestreden vonnis verwijt het gezag van gewijsde te miskennen van de burgerrechtelijke beschikkingen van het vonnis van 24 juni 2003 van de politierechtbank te Verviers, voert uitsluitend de miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel betreffende het gezag van gewijsde in strafzaken, dat vreemd is aan de aangevoerde grief.

Voor het overige zijn de aangevoerde schendingen van de artikelen 29bis van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzeke-ring inzake motorrijtuigen, 80 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen en 1251, 3°, Burgerlijk Wetboek, volledig afge-leid uit de vergeefs aangevoerde miskenning van het voornoemde algemeen rechtsbeginsel.

Het middel is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Alain Simon, Mireille Delange en Marie-Claire Ernotte, en in openbare terechtzitting van 22 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Lutgarde Body.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Burgerlijke beschikkingen van het strafvonnis

  • Gezag van gewijsde

  • Grond

  • Algemeen rechtsbeginsel betreffende het gezag van gewijsde in strafzaken op de burgerlijke rechtsvordering

  • Artikel 23 van het Gerechtelijk Wetboek

  • Onderscheid