- Arrest van 23 april 2013

23/04/2013 - P.12.1190.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een tijdig uitgevoerd voorstel tot verval van de strafvordering tegen betaling van een geldsom dat aan alle wettelijke voorwaarden voldoet, doet in hoofde van de betrokkene de strafvordering vervallen voor het feit of de feiten waarop het voorstel betrekking heeft, ongeacht de kwalificatie ervan (1). (1) VERSTRAETEN, R., Handboek strafvordering, 2012, p. 117-118, nr. 166; VERSEE, T., Minnelijke schikking, in APR, p. 70-74, nr. 134-144.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1190.N

PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE LEUVEN,

eiser,

tegen

S V G,

beklaagde,

verweerder,

met als raadsman Mr. Renate Sevens, advocaat bij de balie te Leuven.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Leuven van 24 mei 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Exceptie van niet-ontvankelijkheid

1. De verweerder voert aan dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is daar het hem werd betekend op 26 juni 2012, dit is meer dan drie dagen na het instellen ervan.

2. De in artikel 418 Wetboek van Strafvordering bepaalde termijn van drie da-gen binnen dewelke het cassatieberoep moet worden betekend aan de partij tegen wie het is gericht, is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven.

De exceptie van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.

Eerste middel

3. Het middel voert schending aan van artikel 216bis, § 1, Wetboek van Straf-vordering: het bestreden vonnis oordeelt dat het misdrijf van openbare dronken-schap waarvoor de verweerder een minnelijke schikking heeft aanvaard en het be-sturen van een voertuig in staat van dronkenschap als bedoeld in artikel 35 Weg-verkeerswet, alsmede het besturen van een voertuig in staat van alcoholische in-toxicatie als bedoeld in artikel 34, § 2, Wegverkeerswet, eenzelfde strafbaar feit opleveren zodat, wat die twee laatste misdrijven betreft, de strafvordering door het betalen van de minnelijke schikking is vervallen; wegens de specifieke straffen opgelegd bij artikel 35 Wegverkeerswet, is geen minnelijke schikking mogelijk voor het misdrijf bepaald in dat wetsartikel.

4. Artikel 216bis, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, zoals van toe-passing op het tijdstip van de betaling van de door het openbaar ministerie aan de verweerder voorgestelde geldsom, bepaalt: "De procureur des Konings kan, indien hij meent voor een misdrijf dat hetzij met geldboete, hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaar, hetzij met die beide straffen, strafbaar is, enkel geldboete of enkel geldboete met verbeurdverklaring te moeten vorderen, de dader verzoeken een bepaalde geldsom te storten aan de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde en de Registratie en Domeinen."

Artikel 216bis, zesde lid, Wetboek van Strafvordering, zoals hier toepasselijk, be-paalt dat betaling, afstand en afgifte de strafvordering doen vervallen, mits zij binnen de bepaalde termijn plaatshebben.

Een tijdig uitgevoerd voorstel tot verval van de strafvordering tegen betaling van een geldsom dat aan alle wettelijke voorwaarden voldoet, doet in hoofde van de betrokkene de strafvordering vervallen voor het feit of de feiten waarop het voor-stel betrekking heeft, ongeacht de kwalificatie ervan.

5. Uit artikel 216bis, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, zoals hier toepasselijk, volgt dat de minnelijke schikking enkel mogelijk is voor misdrijven waarvan het openbaar ministerie oordeelt dat ze enkel moeten gestraft worden met geldboete of geldboete met verbeurdverklaring. Het openbaar ministerie kan evenwel niet oordelen dat de op te leggen straf kan beperkt worden tot dergelijke straf wanneer de wet, naast de voormelde straffen, verplichtend een of meerdere andere straffen oplegt. De minnelijke schikking is bijgevolg niet mogelijk voor een misdrijf dat de rechter verplichtend moet bestraffen met naast de hoofdstraf, de bijkomende straf van het rijverbod.

6. Artikel 35 Wegverkeerswet bepaalt dat het misdrijf dronken sturen strafbaar is met een geldboete van 200 euro tot 2000 euro en met het verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig voor de duur van tenminste een maand en ten hoogste vijf jaar of voorgoed. Dergelijk misdrijf is niet vatbaar voor een minne-lijke schikking als bedoeld in artikel 216bis Wetboek van Strafvordering.

7. Het bestreden vonnis oordeelt dat de telastlegging van overtreding van arti-kel 35 Wegverkeerswet eenzelfde feit oplevert als het feit van openbare dronken-schap waarvoor de verweerder een minnelijke schikking heeft aanvaard en het er-aan verbonden bedrag heeft betaald zodat de strafvordering vervallen is. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

Tweede en derde middel

8. Gelet op de hierna uit te spreken vernietiging, behoeven de middelen geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 73,59 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Peter Hoet en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 23 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

A. Lievens P. Hoet

A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei

Vrije woorden

  • Verval

  • Voorstel tot verval van de strafvordering tegen betaling van een geldsom

  • Gevolg

  • Voorwaarde