- Arrest van 24 april 2013

24/04/2013 - P.12.0747.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De strafrechter die kennisneemt van een door een werknemer ten nadele van zijn werkgever gepleegd misdrijf, is bevoegd om kennis te nemen van de burgerlijke rechtsvordering tot vergoeding van die schade; hij dient toepassing te maken van zowel de algemene regels inzake aansprakelijkheid als de bijzondere regels die de aansprakelijkheid van een werknemer ten aanzien van zijn werkgever regelen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0747.F

HORECA RENERKEN bvba,

Mrs. Guido Zians, Andrea Haas en David Hannen, advocaten bij de balie te Eupen,

tegen

D. D.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Verviers van 1 maart 2012.

De eiseres voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

A. Cassatieberoep van de eiseres als burgerrechtelijk aansprakelijke partij

De eiseres voert geen middel aan.

B. Cassatieberoep van de eiseres als burgerlijke partij

Eerste middel

De eiseres voert aan dat de appelrechters, nadat ze de rechtbank bevoegd hadden verklaard om kennis te nemen van de door haar tegen de verweerder op grond van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek ingestelde rechtsvordering, geen toepassing meer konden maken van artikel 18 Arbeidsovereenkomstenwet.

De strafrechter die kennisneemt van een door een werknemer ten nadele van zijn werkgever gepleegd misdrijf, is ook bevoegd om kennis te nemen van de burger-lijke rechtsvordering tot vergoeding van die schade. Hij dient toepassing te maken van zowel de algemene regels inzake aansprakelijkheid als van de bijzondere re-gels die de aansprakelijkheid van een werknemer ten aanzien van zijn werkgever regelen.

Het middel faalt naar recht.

Tweede middel

Het middel voert de miskenning aan van het recht van verdediging. De eiseres voert aan dat, vermits zij haar vordering op artikel 1382 Burgerlijk Wetboek heeft gebaseerd, de appelrechters niet zonder heropening van het debat naar recht uit-spraak konden doen op grond van artikel 18 Arbeidsovereenkomstenwet.

De rechter dient de juridische aard te onderzoeken van de door de partijen aange-voerde feiten en hij kan, ongeacht de omschrijving die zij eraan hebben gegeven, de voor hem aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen, mits hij geen enkele be-twisting opwerpt die de partijen hebben uitgesloten, zich uitsluitend grondt op re-gelmatig aan zijn beoordeling voorgelegde feiten en noch het voorwerp noch de reden van de vordering wijzigt. Dit alles met eerbiediging van het recht van ver-dediging.

Van de rechter wordt evenwel niet vereist dat hij de heropening van het debat be-veelt wanneer hij de afwijzing van een vordering grondt op aan zijn beoordeling voorgelegde feitelijke gegevens.

De eiseres had in haar conclusie voor de eerste rechter aangevoerd dat de ver-weerder, door zijn voertuig in staat van dronkenschap te besturen, een zware fout heeft begaan in de zin van artikel 18 Arbeidsovereenkomstenwet en dat hij de schade diende te vergoeden die uit het verlies van dat voertuig voortvloeide. In hoger beroep heeft zij in de hoedanigheid van werkgever van de verweerder ge-concludeerd en aangevoerd dat de politierechtbank zich ten onrechte onbevoegd had verklaard, op grond dat de arbeidsrechtbank van de zaak diende kennis te ne-men.

Het vonnis, dat vaststelt dat de vordering niet gegrond is omdat de verweerder slechts een lichte niet-gebruikelijke fout in de zin van het voormelde artikel 18 had begaan, baseert zich op feitelijke, aan zijn beoordeling voorgelegde gegevens.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 24 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aan-wezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Misdrijf

  • Schade

  • Vergoeding

  • Burgerlijke rechtsvordering

  • Strafrechter

  • Bevoegdheid

  • Toepasselijk materieel recht