- Arrest van 24 april 2013

24/04/2013 - P.12.1919.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De uitbreiding van de rechtsmacht die voortvloeit uit de onsplitsbaarheid of de samenhang, heeft tot gevolg dat de kennisneming van het geheel van de misdrijven aan het hoogste rechtscollege wordt toegewezen of aan datgene waarvan de toegewezen bevoegdheden algemeen en niet bijzonder zijn; uit het feit dat er een gemeenrechtelijk misdrijf is gepleegd samen met een overtreding van de sociale wetgeving of van een willekeurige andere bijzondere wet die ook in de tussenkomst van de politierechter voorziet, volgt niet dat de machtigingsbevoegdheid van die magistraat, die door die wetgevingen specifiek bevoegd is verklaard voor alleen de daarin bedoelde misdrijven, wordt uitgebreid tot de gemeenrechtelijke misdrijven die samenhangen met de voormelde misdrijven of die daarvan onsplitsbaar zijn.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1919.F

1. H. M. e.a.,

Mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. A. F. e.a.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 22 november 2012.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft op 4 april 2013 een conclusie neergelegd op de griffie van het Hof.

Op de rechtszitting van 10 april 2013 heeft afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal gecon-cludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Middel

Beide onderdelen samen

Het arrest wordt verweten dat het de nietigheid niet aanneemt van het huisbezoek waartoe de politierechter op 30 juni 2008 toestemming heeft verleend met toepas-sing van artikel 4, 1°, laatste lid, van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie, zoals van kracht vóór de opheffing ervan bij wet van 6 juni 2010 tot invoering van het Sociaal Strafwetboek.

De eisers hebben voor de kamer van inbeschuldigingstelling aangevoerd en voeren thans voor het Hof aan dat, aangezien dat huisbezoek is verricht onder meer met het oog op het vaststellen van misdrijven als bepaald in de artikelen 433quinquies en volgende van het Strafwetboek, het aan de onderzoeksrechter en niet aan de politierechter stond om, met een bevel tot huiszoeking, de sociale inspecteurs toe-gang te verlenen tot bewoonde lokalen waar de op te sporen strafbare feiten kon-den worden aangetroffen.

Krachtens artikel 81 Vreemdelingenwet verzamelen de officieren van gerechtelijke politie, de sociale inspecteurs en de overige in het artikel bedoelde ambtenaren de bewijzen van misdrijven tegen deze wet en tegen de artikelen 433quinquies en volgende van het Strafwetboek.

Daaruit volgt dat wanneer voor de vaststelling van het misdrijf mensenhandel de toegang tot een bewoonde ruimte zonder toestemming van de bewoner is vereist, het aan de onderzoeksrechter staat om daartoe een bevel tot huiszoeking te verle-nen.

Uit het feit dat de opsporing van misdrijven inzake mensenhandel tot de opdracht van de sociale inspecteurs behoort, volgt niet dat de politierechter ook voor die misdrijven een machtiging tot huisbezoek kan verlenen in de plaats van de onder-zoeksrechter.

Noch artikel 4, § 1, noch artikel 10ter van de wet van 16 november 1972, als ge-wijzigd bij de wetten van 1 juni 1993 en 20 juli 2006, wijken af van artikel 81 Vreemdelingenwet, dat voor het bewijs van de misdrijven mensenhandel en men-sensmokkel uitdrukkelijk verwijst naar de vormvoorschriften van het Wetboek van Strafvordering en niet naar die van de wet van 16 november 1972.

Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat de machtiging om de door de eisers bewoonde hotelkamers, suites en appartementen te doorzoeken, door de politie-rechter was verleend voor feiten die, zoals de speurders ze aan die magistraat heb-ben beschreven, konden worden omschreven als onder meer mensenhandel, on-menselijke of vernederende behandeling, tewerkstelling van buitenlandse werk-nemers die niet in het Koninkrijk zijn toegelaten of die er niet langer dan drie maanden mogen verblijven, verzuim van onmiddellijke aangifte van de werkne-mers bij de instelling die met de inning van de sociale bijlagen is belast, niet-verzekering tegen arbeidsongevallen, niet-betaling van loon, gebrek aan een indi-viduele rekening, niet-inschrijving bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en niet-toezending aan die dienst van de verklaring tot staving van het bedrag van de verschuldigde bijdragen.

Het huisbezoek had dus de vaststelling van gemeenrechtelijke en sociaalrechtelijke misdrijven tot doel. De door het middel opgeworpen vraag is bijgevolg welke van beide procedures, het bevel van de onderzoeksrechter dan wel de machtiging van de politierechter, van toepassing is voor de vaststelling van misdrijven die zowel tot de eerste als tot de tweede categorie behoren.

Het verlenen van een bevel tot huiszoeking behoort tot de algemene bevoegdheid van de onderzoeksrechter, in die zin dat hij gemachtigd is om die beschikking te verlenen voor alle misdaden of wanbedrijven die regelmatig bij hem worden aan-gebracht en waarvan de kennisneming tot zijn opdracht behoort. Dat geldt niet voor de rechter in de politierechtbank : die magistraat is alleen wettelijk bevoegd om kennis te nemen van een verzoek tot machtiging van een huisbezoek ten aan-zien van misdrijven voor de opsporing waarvan de wet die bijzondere mogelijk-heid bepaalt.

De uitbreiding van de rechtsmacht die voortvloeit uit de onsplitsbaarheid of de samenhang, heeft tot gevolg dat de kennisneming van het geheel van de misdrij-ven aan het hoogste rechtscollege wordt toegewezen of aan datgene waarvan de toegewezen bevoegdheden algemeen en niet bijzonder zijn.

Uit het feit dat er een gemeenrechtelijk misdrijf is gepleegd samen met een over-treding van de sociale wetgeving of van een willekeurige andere bijzondere wet die ook in de tussenkomst van de politierechter voorziet, volgt niet dat de machti-gingsbevoegdheid van die magistraat, die door die wetgevingen specifiek bevoegd is verklaard voor alleen de daarin bedoelde misdrijven, wordt uitgebreid tot de gemeenrechtelijke misdrijven die samenhangen met de voormelde misdrijven of die daarvan onsplitsbaar zijn.

De door het middel aangeklaagde onwettigheid betreft geen huisbezoek zonder bevel maar een huisbezoek met toestemming van een rechter die daartoe bij wet niet is gemachtigd.

De door de eisers terecht aangeklaagde onregelmatigheid is substantieel omdat ze raakt aan de organisatie van de hoven en rechtbanken met betrekking tot de verde-ling van hun respectieve bevoegdheden en behoort niet tot de onregelmatigheden die de rechter kan weigeren te bestraffen op grond dat geen enkele tekst ze met nietigheid bestraft, het bewijs betrouwbaar blijft of de aanwending ervan de eer-lijke behandeling van de zaak niet in het gedrang brengt.

De appelrechters verantwoorden bijgevolg hun beslissing om de huiszoeking als regelmatig te beschouwen niet naar recht, evenmin als hun beslissing dat de huis-zoeking, al zou ze onregelmatig zijn, niet nietig hoeft te worden verklaard.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 24 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Toegang tot een bewoonde ruimte zonder toestemming van de bewoner

  • Sociale inspecteurs

  • Machtiging tot huiszoeking

  • Bevoegdheid van de politierechter

  • Gemeenrechtelijk misdrijf en overtreding van de sociale wetgeving

  • Samenhang en onsplitsbaarheid

  • Uitbreiding van bevoegdheid