- Arrest van 26 april 2013

26/04/2013 - C.12.0286.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het vermoeden van fout dat op de bewaarder van een zaak rust, kan alleen worden weerlegd als hij bewijst dat de schade niet aan het gebrek van de zaak, maar aan een vreemde oorzaak is te wijten (1). (1) Cass. 26 sept. 2002, AR C.00.0648.F, AC 2002, nr. 486.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0286.N

1. N V, in eigen naam en in hoedanigheid van erfgename van J V,

2. L V, in eigen naam en in hoedanigheid van erfgename van J V,

3. P V, in eigen naam en als vertegenwoordiger van A V en in hoedanigheid van erfgenaam van J V en R D G,

4. G V, in hoedanigheid van erfgename van R D G,

5. D V, in hoedanigheid van erfgename van R D G,

6. G V, in hoedanigheid van erfgename van R D G,

7. AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53,

8. VIVIUM nv, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koningsstraat 153,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eisers woon-plaats kiezen,

tegen

1. AXA BELGIUM nv, met zetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25,

2. M V E,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 17 oktober 2011.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

Eerste onderdeel

Ontvankelijkheid

1. De verweerders werpen een grond van niet-ontvankelijkheid op: de vreemde oorzaak verantwoordt wettig de beslissing dat het ongeval niet te wijten is aan enig gebrek zodat het onderdeel gericht is tegen een overtollige reden. De aange-voerde miskenning van het gezag van gewijsde van de strafrechtelijke vrijspraak is bijgevolg doelloos.

2. Anders dan waarvan de verweerders uitgaan, voeren de eisers niet alleen een miskenning van het gezag van strafrechtelijk gewijsde aan maar eveneens een schending van artikel 1384, eerste lid, Burgerlijk Wetboek. Het onderzoek van de grond van niet-ontvankelijkheid is niet te scheiden van het onderzoek van het on-derdeel.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Grond

3. Het vermoeden van fout dat op de bewaarder van een zaak rust, kan alleen worden weerlegd als hij bewijst dat de schade niet aan het gebrek van de zaak, maar aan een vreemde oorzaak is te wijten.

De rechter die het bestaan van het gebrek van de zaak vaststelt kan de bewaarder alleen dan van elke aansprakelijkheid ontslaan, wanneer hij aanneemt dat de scha-de ook zonder het gebrek waarmee de zaak is behept, zou zijn ontstaan zoals zij zich heeft voorgedaan. De afwezigheid van oorzakelijk verband tussen het gebrek en de schade kan niet uitsluitend worden afgeleid uit de al dan niet foutieve han-

delswijze van de bewaarder van de zaak, noch uit het feit dat het slachtoffer zelf een fout in oorzakelijk verband met de schade heeft begaan.

4. De appelrechters stellen vast dat:

- de tweede verweerder, na het uitvallen van de motor en de verlichting van zijn voertuig, nog in staat bleek zijn voertuig naar de rechter rijstrook te sturen en het aldaar te laten uitbollen;

- het defect van het voertuig nog gevolgd is door een menselijk handelen, name-lijk de keuze die de tweede verweerder nog kon maken om zijn wagen naar het rechterrijvak te sturen, aldaar te laten uitbollen en tot stilstand te komen;

- uit de strafrechtelijke vrijspraak van de tweede verweerder blijkt dat hij heeft gehandeld als een normaal voorzichtig bestuurder;

- de vrachtwagenbestuurder een onaangepaste snelheid voerde en onoplettend was voor hetgeen zich op de rijbaan afspeelde.

5. De appelrechters die oordelen dat het oorzakelijk verband tussen het gebrek van het voertuig en het ongeval wordt doorbroken door de wijze waarop de twee-de verweerder heeft gereageerd en door de eigen fout van het slachtoffer, verant-woorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Eerste middel

Ontvankelijkheid

6. De verweerders voeren een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het middel kan niet tot cassatie leiden omdat de beslissing dat de vrachtwagenbestuurder uit-sluitend verantwoordelijk is voor het ongeval, overeind blijft zo het tweede mid-del wordt verworpen.

7. Uit het antwoord op het tweede middel, volgt dat de grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Grond

8. In haar verzoekschrift in hoger beroep en appelconclusie vorderde de ze-vende eiseres onder meer de afwijzing van de tegen haar gerichte vorderingen.

9. De appelrechters die vaststellen dat geen hoger beroep is ingesteld tegen de veroordeling van de zevende eiseres tot betaling van vergoeding aan de eerste verweerster, geven aan het verzoekschrift in hoger beroep en de appelconclusie van de zevende eiseres een uitlegging die met de bewoordingen ervan niet ver-enigbaar is.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 26 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen G. Jocqué K. Mestdagh

A. Smetryns B. Deconinck E. Stassijns

Vrije woorden

  • Zaken

  • Gebrek van de zaak

  • Aansprakelijkheid van de bewaarder

  • Weerlegging vermoeden van fout