- Arrest van 26 april 2013

26/04/2013 - C.12.0338.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het vooraf gepland besturen van een aan derden toebehorend motorrijtuig maakt in de regel geen toevallig besturen uit zoals bedoeld in artikel 4 van de modelovereenkomst; de omstandigheid dat de verzekeringnemer een aan derden toebehorend motorrijtuig niet frequent bestuurt, houdt niet noodzakelijk in dat hij dit motorrijtuig toevallig zou besturen (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0338.N

GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS, onderlinge verze-keringsvereniging, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Liefdadigheidsstraat 33, bus 1,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. F H,

verweerder,

2. AXA BELGIUM nv, met zetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25,

verweerster, minstens tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 4 januari 2012.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 22 februari 2013 een schriftelij-ke conclusie neergelegd.

Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

I. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 14 december 1992 betref-fende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, bepaalt dat de overeenkomsten betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen moeten beantwoorden aan de bepalingen van de bij dit besluit gevoegde modelovereenkomst.

Krachtens artikel 4, 1°, b, van deze modelovereenkomst, strekt de dekking van deze overeenkomst zich uit, zonder dat hiervoor een mededeling vereist is, tot de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de verzekeringnemer, alsmede van diens echtgenoot en kinderen, indien deze bij hem inwonen en de wettelijke leeftijd om een motorrijtuig te besturen bereikt hebben, in hun hoedanigheid van bestuurder of van burgerrechtelijk aansprakelijke voor de bestuurder van een aan derden toe-behorend motorrijtuig, dat zij toevallig zouden besturen, zelfs terwijl het om-schreven rijtuig in gebruik is.

2. Het vooraf gepland besturen van een aan derden toebehorend motorrijtuig maakt in de regel geen toevallig besturen uit zoals bedoeld in artikel 4 van de mo-delovereenkomst.

De omstandigheid dat de verzekeringnemer een aan derden toebehorend motorrij-tuig niet frequent bestuurt, houdt niet noodzakelijk in dat hij dit motorrijtuig toe-vallig zou besturen.

3. De appelrechters stellen vast dat:

- de verweerder samen met andere leden van Jeugdhuis 't Boemelke vzw deel-nam aan een carnavalstoet en naast een praalwagen liep getrokken door een rupsdumper;

- deze rupsdumper, bestuurd door R V, door de jeugdvereniging was gehuurd om de praalwagen te trekken;

- de verweerder tussen de trekker en de aanhangwagen is gevallen en daarbij ernstig gewond werd.

Zij oordelen dat:

- het weinig waarschijnlijk lijkt dat R V als bij toeval bij aanvang van de carna-valstoet het stuur nam van de rupsdumper, aangezien hij op voorhand de num-merplaten van zijn voertuig Landrover Defender verwijderde om het op het rupsvoertuig te hangen;

- daaruit af te leiden valt dat op voorhand overeengekomen was dat R V de rupsdumper zou besturen en dat deze de bedoeling had de rupsdumper te besturen.

4. Op deze gronden oordelen de appelrechters wettig dat R V niet als toevalli-ge bestuurder kan worden beschouwd.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Vordering tot bindendverklaring

5. De verwerping van het cassatieberoep ontneemt alle belang aan de vordering tot bindendverklaring.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 768,34 euro en voor de tweede verweerster op 131,24 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 26 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen G. Jocqué K. Mestdagh

A. Smetryns B. Deconinck E. Stassijns

Vrije woorden

  • Besturen van een aan derden toebehorend motorrijtuig

  • Toevallig besturen