- Arrest van 26 april 2013

26/04/2013 - C.12.0339.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de bepalingen van artikel 577-9, §1, eerste en tweede lid, Burgerlijk Wetboek, zoals te dezen van toepassing, volgt dat de procedurele bevoegdheid van de vereniging van de mede-eigenaars geen afbreuk doet aan het recht van een individuele mede-eigenaar om een vordering in te stellen tegen een andere mede-eigenaar die hem door het onrechtmatig gebruik van de gemeenschappelijk delen een persoonlijk nadeel berokkent (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0339.N

C EN ZOON bvba,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woon-plaats kiest,

tegen

1. A B,

2. A M,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Gent van 21 oktober 2011.

Advocaat-generaal André van Ingelgem heeft op 11 maart 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. In de mate dat afdeling II van Hoofdstuk III Mede-eigendom van titel II van Boek II Burgerlijk Wetboek van toepassing is, zoals aangenomen door de appelrechters en de partijen, bepaalt artikel 577-9, § 1, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, dat de vereniging van mede-eigenaars bevoegd is om in rechte op te treden, als eiser en als verweerder.

Krachtens artikel 577-9, § 1, tweede lid, Burgerlijk Wetboek, zoals te dezen van toepassing, kan iedere mede-eigenaar echter alle rechtsvorderingen alleen instellen betreffende zijn kavel.

2. Uit deze bepalingen volgt dat de procedurele bevoegdheid van de vereni-ging van de mede-eigenaars geen afbreuk doet aan het recht van een individuele mede-eigenaar om een vordering in te stellen tegen een andere mede-eigenaar die hem door het onrechtmatig gebruik van de gemeenschappelijke delen een per-soonlijk nadeel berokkent.

3. De appelrechters stellen vast dat:

- de oorspronkelijke vordering van de eiseres ertoe strekte de verweerders het verbod te horen opleggen om nog langer hun motorrijtuigen te parkeren op het gemeenschappelijk deel van het gebouwencomplex aan de Rozemarijnstraat 102 en 102+ te Gent;

- de eiseres haar vordering initieel baseerde op het onrechtmatig gebruik dat de verweerders zouden maken van de hen toekomende erfdienstbaarheid van doorgang, maar in conclusies haar vordering verder baseerde op de inbreuk op de statuten van de mede-eigendom gepleegd door de verweerders als mede-eigenaars, doordat zij hun wagen parkeren voor hun garage en derhalve op het gemeenschappelijk deel.

4. De appelrechters oordelen dat:

- het binnen de competentie valt van de vereniging van mede-eigenaars om op te treden in alle vorderingen met betrekking tot het functioneren van een flatge-bouw;

- artikel 577-9, § 1, tweede lid, Burgerlijk Wetboek, wel een eigen actierecht verleent aan de individuele eigenaar, doch dit slaat op zijn "kavel", wat wil zeggen in essentie op het eigendomsrecht en niet het mede-eigendomsrecht;

- dergelijk individueel vorderingsrecht niet toekomt aan de individuele eigenaar met betrekking tot de uitoefeningswijze van het mede-eigendomsrecht van een andere mede-eigenaar, en dit zeker niet in de voorliggende omstandigheden, waarbij de betwiste toestand, het parkeren voor de garage, al een lange tijd be-staat en de vordering louter betrekking heeft op het gemene deel.

5. De appelrechters, die op deze gronden oordelen dat de eiseres als individue-le mede-eigenaar niet de juiste hoedanigheid had om de voorliggende vordering in te stellen, zodat haar initiële vordering dient te worden afgewezen als niet-ontvankelijk, schenden artikel 17 Gerechtelijk Wetboek.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis, behalve in zoverre het hoger beroep van de ver-weerders ontvankelijk wordt verklaard.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Dender-monde, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 26 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen A. Lievens G. Jocqué

K. Mestdagh B. Deconinck E. Stassijns

Vrije woorden

  • Mede-eigendom

  • Onrechtmatig gebruik van de gemeenschappelijke delen door een mede-eigenaar

  • Recht van de individuele mede-eigenaar op een vordering in rechte daartegen

  • Draagwijdte