- Arrest van 29 april 2013

29/04/2013 - S.12.0055.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De sanctie van het ambtshalve weren van stukken uit het debat betekent dat de rechter de beslissing kan nemen zonder dat hij daartoe door de partijen is gevorderd maar stelt hem niet vrij de partijen ter zake te horen; de omstandigheid dat de partijen werden gehoord met betrekking tot het weren van een laattijdig neergelegde conclusie ontslaat de rechter niet van de verplichting de partijen ook te horen over het ambtshalve weren van de laattijdig overgelegde stukken.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.12.0055.N

M.J.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling, met zetel te 1000 Brussel, Keizerslaan 7,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen van 9 februari 2012.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid

Eerste middel

1. De verweerder werpt op dat het middel bij gebrek aan belang niet ontvanke-lijk is. De beslissing de stukken te weren is naar recht verantwoord op grond van de niet-aangevochten reden van het deloyaal procesgedrag van de eiser.

2. De appelrechters oordelen dat er sprake is van deloyaal procesgedrag in hoofde van de eiser die het ambtshalve inroepen van een eventuele onontvanke-lijkheid van het hoger beroep aangreep om alsnog te concluderen over de grond van de zaak.

Wat de stukken betreft oordelen ze dat de eiser geen gebruik heeft gemaakt van de conclusietermijnen en ook geen stukken heeft overgelegd, zodat de in extremis ter zitting van 8 december 2011 neergelegde stukken in toepassing van artikel 740 Gerechtelijk Wetboek ambtshalve uit het debat dienen te worden geweerd. Wat die laattijdige neerlegging van de stukken betreft maken de appelrechters evenwel geen gewag van een deloyaal procesgedrag.

3. De grond van niet-ontvankelijkheid dient te worden verworpen.

Tweede onderdeel

4. Krachtens artikel 740 Gerechtelijk Wetboek worden alle memories, nota's of stukken die niet ten laatste tegelijk met de conclusies of, bij toepassing van artikel 735, vóór de sluiting van het debat zijn overgelegd, ambtshalve uit het debat ge-weerd.

5. De sanctie van het ambtshalve weren van stukken uit het debat betekent dat de rechter de beslissing kan nemen zonder dat hij daartoe door de partijen is ge-vorderd, maar stelt hem niet vrij de partijen ter zake te horen.

De omstandigheid dat de partijen werden gehoord met betrekking tot het weren van een laattijdig neergelegde conclusie, ontslaat de rechter niet van de verplich-ting de partijen ook te horen over het ambtshalve weren van de laattijdig overge-legde stukken.

6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- partijen ter terechtzitting van 8 december 2011 werden gehoord met betrekking tot de laattijdige neerlegging op die datum van een conclusie door de eiser;

- de verweerder zich hierbij verzette tegen deze neerlegging in de mate althans dat bedoelde conclusie betrekking had op de grond van de zaak;

- de appelrechters dienvolgens beslissen bedoelde conclusie uit het debat te we-ren in de mate althans dat deze betrekking heeft op de grond van de zaak;

- de appelrechters voorts beslissen de samen met deze conclusie door de eiser neergelegde stukken die betrekking hebben op de grond van de zaak, eveneens uit het debat te weren zonder evenwel partijen desbetreffend te horen.

7. De appelrechters die de door de eiser ter terechtzitting van 8 december 2011 laattijdig neergelegde stukken ambtshalve uit het debat weren zonder partijen des-betreffend te horen, miskennen het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

8. De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie.

Kosten

9. Overeenkomstig artikel 1017, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek dient de verweerder te worden veroordeeld tot de kosten.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep van de verweerder ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerder tot de kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Brussel.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 300,86 euro en voor de verweerster op 288,36 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uitraadsheer Alain Smetryns, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mest-dagh, Geert Jocqué, Antoine Lievens en Bart Wylleman, en in openbare rechtszit-ting van 29 april 2013 uitgesproken door raadsheer Alain Smetryns, in aanwezig-heid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols

B. Wylleman

A. Lievens

G. Jocqué

K. Mestdagh

A. Smetryns

Vrije woorden

  • Behandeling en berechting van de vordering

  • Laattijdige overlegging van stukken

  • Sanctie

  • Ambtshalve weren uit het debat

  • Begrip

  • Opdracht van de rechter