- Arrest van 29 april 2013

29/04/2013 - S.12.0090.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het arrest dat het recht op gewaarborgde kinderbijslag toekent aan de eiser voor de twee bedoelde kinderen, zonder vast te stellen dat zij vanaf 31 augustus van het kalenderjaar dat zij de leeftijd van 18 jaar bereikten zich bevonden in één van de hypotheses bepaald in artikel 62, §§2 tot 5 Kinderbijslagwet werknemers is niet naar recht verantwoord.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.12.0090.N

RIJKSDIENST VOOR KINDERBIJSLAG VOOR WERKNEMERS, met zetel te 1000 Brussel, Trierstraat 70,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cas-satie, kantoor houdende te 2000 Antwerpen, Graanmarkt 2, waar de eiser woon-plaats kiest,

tegen

N.D.D.,

verweerder,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent van 5 april 2012.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Krachtens artikel 4 van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot uit-voering van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag worden de kinderbijslag en de bijzondere bijslag toegekend aan elk kind dat vol-doet aan de voorwaarden bepaald bij of krachtens artikel 62 van de Kinderbij-slagwet Werknemers.

Krachtens artikel 62, § 1, eerste lid, Kinderbijslagwet Werknemers wordt de kin-derbijslag ten behoeve van het kind toegekend tot 31 augustus van het kalender-jaar in de loop waarvan het de leeftijd van 18 jaar bereikt.

De kinderbijslag wordt evenwel toegekend tot 25 jaar ten behoeve van de kin-deren die zich bevinden in één van de hypotheses bepaald bij artikel 62, § 2 tot § 5, van die wet.

2. Het arrest dat het recht op gewaarborgde gezinsbijslag toekent aan de eiser voor de twee bedoelde kinderen, zonder vast te stellen dat zij vanaf 31 augustus van het kalenderjaar waarin zij de leeftijd van 18 jaar bereikten, zich bevonden in één van de hypotheses bepaald in artikel 62, § 2 tot § 5, Kinderbijslagwet Werk-nemers, is niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

Kosten

3. Overeenkomstig artikel 1017, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek dient de ei-ser te worden veroordeeld tot de kosten.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Brussel.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 376,65 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit raadsheer Alain Smetryns, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Antoine Lievens en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 29 april 2013 uitgesproken door raadsheer Alain Smetryns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van grif-fier Johan Pafenols.

J. Pafenols

B. Wylleman

A. Lievens

G. Jocqué

K. Mestdagh

A. Smetryns

Vrije woorden

  • Loontrekkenden

  • Toepassingsvoorwaarden