- Arrest van 30 april 2013

30/04/2013 - P.13.0740.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het toezicht op de omschrijving, waarmee de rechter krachtens artikel 16, §1, 3° van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel is belast, houdt geen nazicht in van de aanwijzingen van schuld en staat de rechterlijke autoriteit van de aangezochte staat niet toe de tenuitvoerlegging van het bevel afhankelijk te stellen van het bestaan van feitelijke en persoonlijke gegevens die de daarin vermelde telastleggingen staven (1). (1) Zie Cass. 6 april 2011, AR P.11.0585.F, AC 2011, nr. 250, met concl. adv.-gen. GENICOT in Pas. 2011.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0740.F

Y. O.,

Mrs. Selma Benkhelifa en Olivier Stein, advocaten bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 19 april 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Eerste middel

Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en van artikel 16, § 1, 3°, Wet Europees Aanhoudingsbevel.

Het arrest wordt verweten dat het niet antwoordt op het verweermiddel dat aan-voert dat de aan de eiser ten laste gelegde gedragingen, zoals in het tegen hem uit-gevaardigde bevel omschreven, niet overeenstemmen met de in artikel 5, § 2, 1° en 2°, Wet Europees Aanhoudingsbevel bedoelde feiten.

Het middel verwijt de kamer van inbeschuldigingstelling ook dat zij heeft geoor-deeld dat die gedragingen, overeenkomstig het voormelde artikel 5, § 2, als terro-risme en deelneming aan een criminele organisatie konden worden omschreven.

Artikel 149 Grondwet is niet toepasselijk op de onderzoeksgerechten die uitspraak doen over de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel.

Anders dan de eiser aanvoert houdt het toezicht op de kwalificatie, waarmee de rechter krachtens artikel 16, § 1, 3° van de wet is belast, geen nazicht in van de aanwijzingen van schuld en staat het de rechterlijke autoriteit van de aangezochte staat niet toe de tenuitvoerlegging van het bevel afhankelijk te stellen van het be-staan van feitelijke en persoonlijke gegevens die de daarin vermelde telastleggin-gen staven.

Het Europees aanhoudingsbevel, waarvan de redenen in het bestreden arrest zijn samengevat, maakt niet alleen melding van de veelvuldige verplaatsingen van de eiser, waarbij hij verschillende Turkse restaurants bezoekt en er geld inzamelt. Volgens het bestreden arrest preciseert het bevel ook dat de eiser dit zou doen ten bate van een terroristische organisatie, "PKK-KCK" genaamd, die hij door middel van bedreiging en afpersing financiert.

De appelrechters hebben aldus hun beslissing dat de beschreven gedraging onder de tot staving van het verzoek tot overlevering in aanmerking genomen kwalifica-ties valt, regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

De eiser voert een schending aan van de artikelen 5 en 6 EVRM en van artikel 149 Grondwet. Hij verwijt het arrest dat het de tenuitvoerlegging van een op on-duidelijke beschuldigingen gegrond Europees aanhoudingsbevel toestaat. Het middel voert aan dat de kamer van inbeschuldigingstelling op dat verweermiddel niet heeft geantwoord.

Artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet zijn niet toepasselijk op de onderzoeks-gerechten die uitspraak doen over de tenuitvoerlegging van een Europees aanhou-dingsbevel.

In zoverre faalt het middel naar recht.

Overeenkomstig artikel 5.2 EVRM moet iedere gearresteerde onverwijld en in een taal welke hij verstaat, op de hoogte worden gebracht van de redenen van zijn ar-restatie en van alle beschuldigingen welke tegen hem zijn ingebracht.

Dat artikel heeft betrekking op de aanhouding en niet op de beslissing die later over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel wordt gewezen.

Dat de beschrijving van de feiten de aanwijzingen of bewijzen van schuld betref-fende de misdrijven waarvoor de gezochte persoon wordt gezocht en vervolgd niet preciseert, belet de rechter niet om wettig uitspraak te doen over de tenuit-voerlegging van een dergelijk bevel en heeft dus geen schending van artikel 5.2. EVRM tot gevolg.

Voor het overige antwoordt het arrest op het aangevoerde verweermiddel. Met overneming van de redenen van de vordering van het openbaar ministerie wijst het immers erop dat de onderzoeksrechter de eiser, in aanwezigheid van een tolk, in kennis heeft gesteld van het bestaan en de inhoud van het Europees aanhou-dingsbevel, dat het dossier een afschrift bevat van de ambtelijke opdracht van de autoriteit van de uitvaardigende Staat, dat dit stuk de in het bevel vermelde feiten uitvoerig beschrijft, en dat het dossier de eiser minstens een dag voor zijn ver-schijning voor de raadkamer ter beschikking is gesteld.

In zoverre kan het middel dus niet worden aangenomen.

(...)

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, de raadsheren Geert Jocqué, Françoise Roggen, Alain Bloch en Peter Hoet, en in openbare terechtzitting van 30 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Buitenlands bevel tot aanhouding

  • Procedure van tenuitvoerlegging in België

  • Voorwaarden

  • Dubbele strafbaarstelling

  • Vrijstelling van toezicht

  • Lijst van misdrijven

  • Onderzoeksgerechten

  • Toezicht op de omschrijving