- Arrest van 2 mei 2013

02/05/2013 - C.12.0534.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Conclusie van advocaat-generaal Genicot.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0534.F

J. G.,

Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

HERTZ BELGIUM, bvba,

Mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 28 februari 2012.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft op 3 april 2013 een conclusie neer-gelegd ter griffie.

Raadsheer Sabine Geubel heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal Jean Ma-rie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert de volgende twee middelen aan.

Eerste middel

Geschonden wettelijke bepalingen

- De artikelen 9, 601bis, 602, eerste lid, en 643 van het Gerechtelijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het arrest verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond, vernietigt het beroepen vonnis, behalve in zoverre het de vordering ontvankelijk verklaart en de kosten vaststelt, verklaart opnieuw wijzend de oorspronkelijke vordering gegrond en veroordeelt de eiser om aan de verweerster een bedrag van 10.734,04 euro te betalen alsook de vergoedende interest, met ingang van 20 juli 2002 "tot op heden, en vervolgens de moratoire interest tot de volledige betaling".

Het veroordeelt de eiser in de kosten van de verweerster in de twee aanleggen die, voor het geding in hoger beroep, worden vastgesteld op 186 euro + 1.100 euro.

[Het arrest grondt zijn beslissingen op alle redenen die het middel weergeeft].

Grieven

1. Artikel 9, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat volstrekte bevoegdheid de rechtsmacht is bepaald naar het onderwerp, de waarde en in voorkomend geval het spoedeisend karakter van de vordering of de hoedanigheid van de partijen.

Krachtens artikel 602, eerste lid, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek neemt het hof van beroep kennis van het hoger beroep tegen beslissingen in eerste aanleg gewezen door de rechtbanken van eerste aanleg en door de rechtbanken van koophandel.

De volstrekte bevoegdheid is van openbare orde.

De appelrechter moet, zelfs ambtshalve, zijn aldus vastgelegde volstrekte bevoegdheid nagaan, ook al is het hoger beroep beperkt tot de grondslag van de vorderingen die bij de eerste rechter aanhangig waren gemaakt (Cass., 19 april 2002, AC, 2002, nr. 242).

Artikel 643 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechter in hoger beroep, in de gevallen waarin een exceptie van onbevoegdheid voor hem aanhangig kan worden gemaakt, over het middel beslist en de zaak, indien daartoe grond bestaat, naar de bevoegde rechter in hoger beroep verwijst.

Artikel 1068, eerste lid, van datzelfde wetboek bepaalt ten slotte dat hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf bij de rechter in hoger beroep aanhangig maakt.

2. Het hof van beroep heeft zich te dezen bevoegd verklaard om van het geschil in hoger beroep kennis te nemen, zonder die bevoegdheid ambtshalve te onderzoeken, zoals uit de [in het middel opgegeven redenen] blijkt.

Het hof van beroep heeft evenwel vastgesteld dat het geschil was ontstaan ten gevolge van een verkeersongeval.

Sinds de inwerkingtreding van artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek is alleen de politierechtbank, met uitsluiting van alle andere rechtscolleges, bevoegd om uit-spraak te doen over de geschillen over de vergoeding van schade uit een verkeersongeval.

Aangezien de volstrekte bevoegdheid de openbare orde raakt, had het hof van be-roep het middel, afgeleid uit de onbevoegdheid van de eerste rechter, ambtshalve moeten opwerpen. Aangezien de rechtbank van eerste aanleg zich - ten onrechte - niet onbevoegd heeft verklaard, kan het hoger beroep van de verweerster immers geen devolutieve kracht hebben en moet het hof van beroep de zaak verwijzen naar de bevoegde rechter in hoger beroep.

3. Het arrest, dat kennisneemt van het hoger beroep tegen het beroepen vonnis van de rechtbank van eerste aanleg, zonder zijn volstrekte bevoegdheid te onderzoeken en dus zonder het middel van de onbevoegdheid van de eerste rechter ambtshalve op te werpen, waardoor het de zaak naar een ander rechtscollege zou hebben verwezen, is niet naar recht verantwoord ten aanzien van de artikelen 9, 601bis, 602, eerste lid, en 643 van het Gerechtelijk Wetboek.

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Hoewel, luidens artikel 1068, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf bij de rechter in hoger beroep aanhangig maakt, stellen de partijen zelf, door het prin-cipaal of incidenteel beroep, de grenzen vast waarbinnen de rechter in hoger be-roep uitspraak moet doen over de geschillen die bij de eerste rechter aanhangig zijn gemaakt.

Uit de processtukken waarop het Hof vermag acht te slaan, volgt dat, enerzijds, de eerste rechter uitspraak heeft gedaan over zijn volstrekte bevoegdheid door de toepassing van artikel 601bis Gerechtelijk Wetboek te verwerpen en dat, ander-zijds, tegen dat punt van het beroepen vonnis geen hoger beroep is ingesteld.

Bijgevolg schendt het arrest, in zoverre het geen uitspraak doet over de bevoegd-heid van de eerste rechter, geen van de in het middel bedoelde wettelijke bepa-lingen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Martine Regout, Alain Simon, Marie-Claire Ernotte en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 2 mei 2013 uit-gesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Dirix en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Hoger beroep

  • Devolutieve werking

  • Grenzen

  • Keuze van de partijen

  • Aanhangigmaking

  • Bevoegdheid van de rechter