- Arrest van 3 mei 2013

03/05/2013 - C.12.0425.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De overheid die ingevolge de fout van een derde, krachtens de op haar rustende wettelijke of reglementaire verplichtingen, de wedde en de op die wedde rustende bijdragen moet doorbetalen zonder arbeidsprestaties te ontvangen, is gerechtigd op schadevergoeding voor zover zij hierdoor schade lijdt

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0425.N

VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de minister-president, met kantoor te 1000 Brussel, Martelaars-plein 19, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Onderwijs, met kantoor te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II-laan 15,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de politie-rechtbank te Hasselt van 9 februari 2012.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 11 februari 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek, is degene die door zijn schuld aan een ander schade berokkent, verplicht deze schade integraal te vergoeden, wat impliceert dat de benadeelde teruggeplaatst wordt in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien de daad waarover hij zich beklaagt, niet was gesteld.

2. De overheid die ingevolge de fout van een derde, krachtens de op haar rus-tende wettelijke of reglementaire verplichtingen, de wedde en de op die wedde rustende bijdragen moet doorbetalen zonder arbeidsprestaties te ontvangen, is ge-rechtigd op schadevergoeding voor zover zij hierdoor schade lijdt.

3. Het bestaan van een contractuele, wettelijke of reglementaire verplichting sluit niet uit dat schade in de zin van artikel 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek ontstaat, tenzij wanneer, blijkens de inhoud of de strekking van de overeenkomst, de wet of het reglement, de te verrichten uitgave of prestatie definitief voor reke-ning moet blijven van degene die zich ertoe heeft verbonden of die ze ingevolge de wet of het reglement moet verrichten.

4. Krachtens artikel 14, § 3, tweede lid, wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, treedt de eiseres van rechtswege in alle rechten, vorderingen en rechtsmiddelen die het slachtoffer had kunnen doen gelden tegen de persoon die aansprakelijk is voor het arbeidsongeval of de beroepsziekte en dit tot het bedrag van de bezoldiging uitge-keerd tijdens de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid.

Uit deze bepaling volgt dat het niet de bedoeling was van de wetgever om de last van deze uitgaven definitief ten laste te laten van de overheid. De omvang van de subrogatie op grond van artikel 14, § 3, tweede lid, van de genoemde wet vertoont daarbij geen belang.

5. De rechter die de vordering afwijst op grond dat de wetgever, door te voor-zien in een specifiek subrogatoir verhaalsrecht, ervoor heeft geopteerd dat het verhaalsrecht van de overheid zou beperkt blijven tot het bedrag dat de aansprake-lijke aan het slachtoffer verschuldigd zou zijn geweest, verantwoordt zijn beslis-sing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de politierechtbank te Tongeren, rechtszitting houdende in laatste aanleg.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 3 mei 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bij-stand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman G. Jocqué

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Overheid

  • Overheid-werkgever

  • Door derde veroorzaakt ongeval

  • Wettelijke of reglementaire verplichtingen

  • Betaling wedde en bijdragen

  • Betaling zonder tegenprestatie