- Arrest van 7 mei 2013

07/05/2013 - P.13.0673.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Krachtens artikel 252 Wetboek van Strafvordering staat onmiddellijk cassatieberoep van de beschuldigde tegen het arrest van verwijzing naar het hof van assisen, onverminderd artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, alleen open in de vijf in dat artikel vermelde gevallen; in zoverre het cassatieberoep betrekking heeft op andere gevallen dan die waarin onmiddellijk cassatieberoep openstaat, is het niet ontvankelijk (1). (1) Cass. 25 maart 2003, AR P.03.0323.N, AC 2003, nr. 203.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0673.N

H U,

inverdenkinggestelde,

eiser,

met als raadsman mr. Virginie Cottyn, advocaat bij de balie te Dendermonde,

tegen

1. V A,

burgerlijke partij,

2. N A,

burgerlijke partij,

3. G A,

burgerlijke partij,

4. S A,

burgerlijke partij,

5. H A,

burgerlijke partij,

6. H A,

burgerlijke partij,

7. N A, in eigen naam en als vertegenwoordiger van de minderjarige kinderen S A, S A, V A en E A,

burgerlijke partij,

8. S K, in eigen naam en als vertegenwoordiger van de minderjarige kinderen A A en A A,

burgerlijke partij.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 4 april 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Krachtens artikel 252 Wetboek van Strafvordering staat onmiddellijk cassa-tieberoep van de beschuldigde tegen het arrest van verwijzing naar het hof van as-sisen, onverminderd artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, alleen open in de vijf in dat artikel vermelde gevallen.

In zoverre het cassatieberoep betrekking heeft op andere gevallen dan die waarin onmiddellijk cassatieberoep openstaat, is het niet ontvankelijk.

2. Het arrest beveelt niet de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bevel tot gevangenneming. De eiser heeft geen belang tegen het bevel tot gevangenneming op te komen.

In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing waarbij de gevangen-neming wordt bevestigd, is het evenmin ontvankelijk.

Eerste middel

3. Het middel voert schending aan van artikel 235bis Wetboek van Strafvorde-ring: het arrest antwoordt niet op eisers brief waarbij de kamer van inbeschuldi-gingstelling in kennis wordt gesteld van de aanstelling van dokter Lodewijk door de onderzoeksrechter, na het in beraad nemen van de zaak en de uitspraak van de raadkamer te Kortrijk; de kamer van inbeschuldigingstelling komt tekort aan haar verplichting de regelmatigheid van de procedure te onderzoeken op vordering van één van de partijen; de eiser heeft in conclusie gevraagd de aanstelling van de psychiater-deskundige te onderzoeken.

4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser de kamer van inbeschuldigingstelling heeft verzocht de regelmatigheid van de procedure te onderzoeken.

5. De in het middel aangevoerde grief behoort niet tot die welke krachtens de wet kunnen worden aangevoerd tot staving van het onmiddellijk cassatieberoep tegen het arrest van verwijzing naar het hof van assisen.

Het middel is niet ontvankelijk.

Overige middelen

6. De middelen zijn gericht tegen de beslissing tot gevangenneming waartegen geen cassatieberoep openstaat.

De middelen zijn niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 97,41 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de open-bare rechtszitting van 7 mei 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maf-fei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

P. Hoet L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Beschuldigde

  • Cassatieberoep tegen arrest van verwijzing

  • Ontvankelijkheid

  • Gevallen