- Arrest van 10 mei 2013

10/05/2013 - C.11.0781.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De erkenning van het bestaan van een verbintenis en van de uitvoering ervan is onsplitsbaar in de zin van artikel 1356, derde lid, Burgerlijk Wetboek en deze onsplitsbaarheid wijzigt de regels van de bewijslast niet (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0781.N

M P,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

G P,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 23 mei 2011.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 24 april 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Krachtens artikel 1356, derde lid, Burgerlijk Wetboek mag een bekentenis niet gesplitst worden ten nadele van diegene die ze heeft gedaan.

De erkenning van het bestaan van een verbintenis en van de uitvoering ervan is onsplitsbaar in de zin van die bepaling.

Deze onsplitsbaarheid wijzigt de regels van de bewijslast niet.

2. Overeenkomstig artikel 1315, eerste lid, Burgerlijk Wetboek moet diegene die de uitvoering van een verbintenis vordert, het bestaan ervan bewijzen.

Indien hij de bekentenis van diegene die zich heeft verbonden als bewijs van het bestaan van de verbintenis inroept, kan hij de in dezelfde bekentenis aangevoerde uitvoering van de verbintenis niet buiten beschouwing laten.

Diegene die zich verbonden heeft dient deze aanvoering die geen exceptie is in de zin van artikel 1315, tweede lid, Burgerlijk Wetboek, niet te bewijzen.

3. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Tweede middel

4. De appelrechters oordelen met betrekking tot de schenking ten bedrage van 10.337, 75 euro dat de eiseres het bestaan van die schenking niet ontkent en dat er geen bewijzen voorliggen dat de eiseres dit bedrag heeft terugbetaald.

5. Deze zelfstandige niet-bekritiseerde redenen schragen de bestreden beslis-sing.

Het middel dat niet tot cassatie kan leiden is, bij gebrek aan belang, niet ontvanke-lijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 922,45 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mest-dagh, en in openbare rechtszitting van 10 mei 2013 uitgesproken door voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

K. Mestdagh

A. Smetryns

B. Deconinck

E. Stassijns

E. Dirix

Vrije woorden

  • Bewijslast

  • Bekentenis

  • Onsplitsbare bekentenis

  • Verbintenis

  • Bestaan

  • Uitvoering