- Arrest van 14 mei 2013

14/05/2013 - P.12.1218.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 162bis Wetboek van Strafvordering beperkt de verhaalbaarheid van de rechtsplegingsvergoeding in strafzaken tot de verhoudingen tussen eendeels de beklaagde en de burgerrechtelijk aansprakelijke partij, anderdeels de burgerlijke partij (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1218.N

STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR VAN HET VLAAMS GEWEST, bevoegd voor het grondgebied van de provincie Limburg, met kantoor te 3500 Hasselt, Koningin Astridlaan 50/1,

eiser tot herstel,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

L A G,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 30 mei 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft op 15 april 2013 een schrifte-lijke conclusie ter griffie neergelegd.

Op de openbare rechtszitting van 14 mei 2013 heeft raadsheer Filip Van Volsem verslag uitgebracht en voormelde eerste advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 1022, eerste lid, en 1385bis, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, artikel 1.1 en 1.2 Dwangsomwet, artikel 162bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, artikel 65, § 1, eerste lid, Stedenbouwwet, artikel 68, § 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1996, zoals van toepassing vóór de opheffing bij artikel 171 Stedenbouwdecreet 1999 en de opheffing bij het Aanpassingsdecreet 2009, artikel 149, § 1, eerste en laatste lid, Stedenbouwdecreet 1999, in de versie vóór de wijziging bij artikel 53 Aanpassingsdecreet 2009 en artikel 6.1.41, § 1 en § 3, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het arrest, na eisers vordering tot het opleggen van een dwangsom ter eerbiediging van een eerder bevolen herstelmaatregel te hebben afgewezen, veroordeelt de eiser ten onrechte tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding.

1. Artikel 162bis Wetboek van Strafvordering beperkt de verhaalbaarheid van de rechtsplegingsvergoeding in strafzaken tot de verhoudingen tussen eensdeels de beklaagde en de burgerrechtelijk aansprakelijke partij, anderdeels de burgerlijke partij.

2. De vordering van de herstelvorderende overheid in stedenbouwzaken kan niet worden gelijkgesteld met het optreden van een burgerlijke partij. Anders dan de burgerlijkepartijstelling beoogt de herstelmaatregel geen vergoeding van schade aan particuliere belangen, maar wel het beëindigen van een met de wet strijdige toestand die uit het misdrijf is ontstaan en die het algemeen belang schaadt. De herstelvorderende overheid streeft, anders dan de burgerlijke partij, geen particu-lier belang na, maar oefent een wettelijke opdracht in het algemeen belang uit.

3. De herstelvorderende overheid wiens herstelvordering wordt afgewezen noch de publiekrechtelijke rechtspersoon voor wie hij optreedt kan dan ook wor-den veroordeeld tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding aan de beklaag-de. Dat geldt evenzeer bij de afwijzing van zijn vordering ertoe strekkend om met een latere rechterlijke beslissing een dwangsom op te leggen ter eerbiediging van een eerdere hoofdveroordeling tot herstel.

Het middel is gegrond.

Ambtshalve onderzoek van de beslissingen

4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser veroordeelt tot het betalen aan de verweerder van een rechtsplegingsvergoeding van 1.320 euro (eerste aan-leg) en van 1.320 euro (hoger beroep).

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt het Vlaams Gewest tot de helft van de kosten.

Veroordeelt de verweerder tot de helft van de kosten.

Zegt dat er geen grond is tot verwijzing.

Bepaalt de kosten op 519,76 euro waarvan 79,86 euro verschuldigd is.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 14 mei 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Rechtsplegingsvergoeding

  • Artikel 162bis, Wetboek van Strafvordering