- Arrest van 15 mei 2013

15/05/2013 - P.12.1994.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De omstandigheid dat een voorzitter in de kamer van inbeschuldigingstelling heeft gezeteld en vervolgens in een correctionele kamer van hetzelfde hof van beroep, kan niet als het uitoefenen van verschillende ambten in dezelfde zaak worden beschouwd, aangezien het rechterlijk ambt van de interveniënt hetzelfde is gebleven (1). (1) Zie Cass. 15 nov. 2006, AR P.06.1252.F, AC 2006, nr. 427.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1994.F

I. T. B. S.,

Mrs. Michel Forges en Pierre-François Van den Driesche, advocaten bij de balie te Brussel,

II. S. L.,

Mrs. Michel Forges en Pierre-François Van den Driesche, advocaten bij de balie te Brussel,

III. G. C.,

Mr. Aurélie Dereau, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

1. KBC VERZEKERINGEN nv,

Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie,

2. ALLIANZ BELGIUM nv.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 31 oktober 2012.

De eisers T. B. S. en S. L. voeren zeven middelen aan en de eiser G. C. voert één middel aan, in twee memories die aan dit arrest zijn gehecht.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

A. Cassatieberoepen van T. B. S. en S. L.

1. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissingen op de strafvordering die tegen de eisers is ingesteld

(...)

Tweede middel

Eerste onderdeel

Het middel voert de schending aan van artikel 292 Gerechtelijk Wetboek en de miskenning van het beginsel van de onpartijdigheid van de rechter, als gewaar-borgd door artikel 6.1 EVRM en artikel 14.1 IVBPR.

De eisers verwijten het veroordelend arrest dat het is gewezen onder het voorzit-terschap van een magistraat die in de kamer van inbeschuldigingstelling heeft ge-zeteld toen die, op 21 januari 2004, uitspraak heeft gedaan over het hoger beroep dat de eiseres had ingesteld tegen een met toepassing van artikel 61ter Wetboek van Strafvordering gewezen beschikking van de onderzoeksrechter, waarbij haar de inzage van het strafdossier was geweigerd.

Krachtens artikel 292 Gerechtelijk Wetboek, dat cumulatie van rechterlijke ambten verbiedt, mogen in dezelfde zaak geen twee verschillende ambten worden uit-geoefend.

De omstandigheid dat, zoals te dezen, een voorzitter in de kamer van inbeschuldi-gingstelling en vervolgens in een correctionele kamer van hetzelfde hof van beroep heeft gezeteld, kan niet als cumulatie van rechterlijke ambten worden beschouwd, zoals verboden bij de voormelde wetsbepaling, aangezien zijn rechterlijk ambt hetzelfde is gebleven.

Daarenboven is het feit dat de kamervoorzitter van het hof van beroep, als lid van de kamer van inbeschuldigingstelling, met toepassing van artikel 61ter Wetboek van Strafvordering, in dezelfde zaak uitspraak heeft gedaan over een verzoek-schrift in hoger beroep tegen de beslissing van de onderzoeksrechter waarbij de inzage van het dossier van de rechtspleging was geweigerd, niet van dien aard dat die magistraat zich onvermijdelijk een mening over de grond van de zaak heeft moeten vormen.

Dergelijke omstandigheid kan dus geen objectief gewettigde twijfel doen rijzen over de onpartijdigheid van de rechter.

Het middel faalt naar recht.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens, Françoise Roggen en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 15 mei 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en over-geschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Strafvordering

  • Hof van beroep

  • Samenstelling

  • Raadsheer die als lid van de kamer van inbeschuldigingstelling uitspraak heeft gedaan

  • Cumulatie van ambten

  • Artikel 292, Ger.W.

  • Begrip