- Arrest van 15 mei 2013

15/05/2013 - P.13.0666.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Proactieve recherche houdt niet in dat er voldoende aanwijzingen voorhanden moeten zijn voor het bestaan van een reeds gepleegd misdrijf, maar het redelijk vermoeden van te plegen of reeds gepleegde maar nog niet aan het licht gebrachte strafbare feiten.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0666.F

I. DE PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BER-GEN,

tegen

A. F.,

II. DE PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BER-GEN,

tegen

A. I.,

III. DE PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BER-GEN,

tegen

A. C.,

Mr. Sven Mary, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen drie arresten die op 19 maart 2013 met de nummers 199, 198 en 197 zijn gewezen door het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, in de zaak van respectievelijk de eerste, tweede en derde verweerder.

De eiser voert in drie verzoekschriften die aan dit arrest zijn gehecht, drie identie-ke middelen aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Aangezien de zaken samenhangend zijn, dient er bij een en hetzelfde arrest uit-spraak te worden gedaan over de drie cassatieberoepen.

De verweerders hebben bij conclusie, neergelegd in het kader van het hoger be-roep dat zij hadden ingesteld tegen de beschikking waarbij hun voorlopige hech-tenis werd gehandhaafd, het onderzoek van de regelmatigheid van de rechtsple-ging bij de kamer van inbeschuldigingstelling aanhangig gemaakt.

De arresten beslissen dat de strafvordering niet ontvankelijk is en dat er geen grond is om de voorlopige hechtenis te handhaven.

A. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissingen waarbij de voorlopige hechtenis van de verweerders wordt opgeheven

Krachtens artikel 31, § 1 en 2, Voorlopige Hechteniswet kan alleen cassatieberoep worden ingesteld tegen de beslissingen waarbij de voorlopige hechtenis wordt ge-handhaafd.

De cassatieberoepen zijn niet ontvankelijk.

B. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de met toepassing van artikel 235bis Wetboek van Strafvordering gewezen beslissingen

Eerste, aan de drie cassatieberoepen gemeenschappelijk middel

De arresten beslissen dat de strafvordering niet ontvankelijk is omdat de inlichtin-gen afkomstig zijn uit een proactieve recherche, zonder dat de voorwaarden daar-voor, als bepaald in artikel 28bis, § 2, Wetboek van Strafvordering, zijn verenigd.

Het middel verwijt de appelrechters dat zij hebben geoordeeld dat een dergelijke recherche niet kon worden ingesteld omdat er onvoldoende aanwijzingen voor een vereniging van boosdoeners voorhanden waren.

Uit het voormelde artikel 28bis, § 2, volgt dat de proactieve recherche niet in-houdt dat er voldoende aanwijzingen voor het bestaan van een reeds gepleegd misdrijf voorhanden moeten zijn, maar dat er een redelijk vermoeden van te ple-gen of reeds gepleegde maar nog niet aan het licht gebrachte strafbare feiten moet bestaan.

Volgens de kamer van inbeschuldigingstelling bevatten de in het oorspronkelijke proces-verbaal vergaarde inlichtingen onvoldoende aanwijzingen voor het bestaan van een in tijd en ruimte aanwijsbaar misdrijf van vereniging van boosdoeners, evenmin als onthullende aanwijzingen van een ander misdrijf waarvoor een proac-tieve recherche kan worden ingesteld.

Het arrest, dat voor het instellen van een proactieve recherche eist dat er voldoen-de en onthullende aanwijzingen van een bestaand en aanwijsbaar misdrijf voor-handen moeten zijn, terwijl artikel 28bis, § 2, zulks niet vereist, beperkt het toe-passingsgebied van dat artikel ten onrechte en schendt bijgevolg die bepaling.

De overige middelen, die niet tot ruimere cassatie kunnen leiden, behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Voegt de drie cassatieberoepen.

Vernietigt de bestreden arresten, behalve in zoverre ze verklaren dat er geen grond is om de voorlopige hechtenis van de verweerders te handhaven.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde arresten.

Laat de kosten van de cassatieberoepen ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaken naar het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens, Françoise Roggen en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 15 mei 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Proactieve recherche