- Arrest van 17 mei 2013

17/05/2013 - F.12.0032.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De fiscale wet bevat geen bijzondere regel die de bewijsmiddelen beperkt die de ambtshalve aangeslagen belastingplichtige kan hanteren om het bewijs te leveren van het juiste bedrag van de belastbare inkomsten en van de andere te zijnen name in aanmerking komende gegevens; het door de belastingplichtige te leveren bewijs kan aldus geschieden aan de hand van de overlegging van een regelmatige boekhouding.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0032.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijke directeur der directe belastingen te Leuven, met kantoor te 3001 Leuven, Philipssite 3A/1,

eiser,

tegen

INTERNATIONAL BALLOON SERVICES nv, met zetel te 3000 Leuven, Naamsevest 54,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 12 mei 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 18 januari 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 352, eerste lid, WIB92 bepaalt: "Indien hij ambtshalve is aangesla-gen, behoort het aan de belastingplichtige het bewijs te leveren van het juiste be-drag van de belastbare inkomsten en van de andere te zijnen name in aanmerking komende gegevens."

2. De fiscale wet bevat geen bijzondere regel die de bewijsmiddelen die de be-lastingplichtige daartoe kan hanteren, beperkt. Het door de belastingplichtige te leveren bewijs kan aldus geschieden aan de hand van de overlegging van een re-gelmatige boekhouding.

3. De appelrechters oordelen dat de eiser geen enkel element aanvoert op basis waarvan de boekhouding van de verweerster als niet bewijskrachtig zou moeten worden beschouwd.

Zij geven aldus te kennen dat er geen aanwijzingen zijn dat de door de verweer-ster overgelegde boekhouding als onregelmatig zou dienen te worden aangezien en verantwoorden op die grond hun beslissing naar recht.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

4. In zoverre het middel opkomt tegen de overweging dat de gewestelijk direc-teur, de boekhouding had kunnen laten onderzoeken in het kader van het onder-zoek van de bezwaarschriften, komt het op tegen een overtollige overweging en is het mitsdien niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 144,96 euro en voor de verweerster op 298,24 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 17 mei 2013 uitgesproken door voorzitter Eric Stassijns, in aan-wezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche B. Wylleman F. Van Volsem

K. Mestdagh A. Smetryns E. Stassijns

Vrije woorden

  • Aanslag van ambtswege

  • Tegenbewijs

  • Bewijsmiddelen