- Arrest van 17 mei 2013

17/05/2013 - F.12.0147.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het gezag van gewijsde in strafzaken belet niet dat degene die geen partij was in de strafzaak, in een later fiscaal geding de beslissingen van de strafrechter kan aanvechten en ten zijne gunste een verweer mag voeren dat verworpen werd door een vonnis of arrest in een zaak waarin hij geen partij was.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0147.N

1. H.B.,

2. A.P.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eisers woon-plaats kiezen,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijk directeur der directe belastingen te Leuven, met kantoor te 3001 Leuven, Philipssite 3A, bus 1,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel. van 14 juni 2012.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 18 januari 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

Eerste onderdeel

Ontvankelijkheid

1. De verweerder werpt een grond van niet-ontvankelijkheid op: het middel is nieuw.

2. Een middel is niet nieuw wanneer het de miskenning aanvoert van een al-gemeen rechtsbeginsel dat de rechter zelf heeft toegepast.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Gegrondheid

3. Het gezag van gewijsde in strafzaken belet niet dat degene die geen partij was in de strafzaak, in een later fiscaal geding de beslissingen van de strafrechter kan aanvechten en ten zijne gunste een verweer mag voeren dat verworpen werd door een vonnis of arrest in een zaak waarin hij geen partij was.

4. Om het verweer in verband met de schending van het beroepsgeheim of het geheim van het onderzoek, dat mede door de tweede eiseres werd aangevoerd, te verwerpen, oordelen de appelrechters dat zij gebonden zijn door het gezag van het strafrechtelijk gewijsde van het arrest van het hof van beroep te Brussel van 7 fe-bruari 1994 waarbij werd beslist dat er geen schending is van het geheim van het onderzoek, terwijl de tweede eiseres geen partij was in de zaak waarin dit arrest werd gewezen.

Door aldus te oordelen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 17 mei 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche B. Wylleman F. Van Volsem

K. Mestdagh A. Smetryns E. Stassijns

Vrije woorden

  • Gevolgen voor de fiscale rechter

  • Belastingplichtige die geen partij was in de strafzaak