- Arrest van 21 mei 2013

21/05/2013 - P.13.0840.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 31, §3, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet dat bepaalt dat cassatiemiddelen kunnen worden voorgedragen in onder meer een memorie die op de griffie van het Hof van Cassatie moet toekomen, uiterlijk de vijfde dag na de datum van het cassatieberoep, houdt ook in dat de betekeningstukken van het cassatieberoep binnen die termijn moeten worden neergelegd.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0840.N

FEDERALE PROCUREUR,

eiser,

tegen

S A,

verzoeker tot wijziging van de voorwaarden bij de voorlopige invrijheidstelling,

verweerder,

met als raadsman mr. Sven Mary, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 3 mei 2013.

De eiser voert in een memorie grieven aan.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Krachtens artikel 31, § 3, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet kunnen cassa-tiemiddelen worden voorgedragen in onder meer een memorie die op de griffie van het Hof van Cassatie moet toekomen, uiterlijk de vijfde dag na de datum van het cassatieberoep.

2. De eiser heeft cassatieberoep ingesteld op 6 mei 2013.

Het Hof vermag geen acht te slaan op stukken die op de griffie van het Hof zijn ingekomen op 14 mei 2013, dit is buiten de termijn van vijf dagen die bij voor-meld artikel 31 is bepaald.

1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de bete-kening van het cassatieberoep van de eiser, de federale procureur, aan de ver-weerder tijdig werd neergelegd ter griffie van het Hof.

Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.

Middelen

2. Het Hof slaat geen acht op de door de eiser aangevoerde middelen die geen betrekking hebben op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Bepaalt de kosten op 13,20 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 21 mei 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Betekening

  • Neerlegging van de betekeningstukken