- Arrest van 24 mei 2013

24/05/2013 - C.12.0412.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de bepalingen van de artikelen 1 en 14 van de Verordening (EG) Nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro volgt niet dat de rechter die een veroordeling die rechtsgeldig is uitgesproken in Belgische frank bevestigt, zelf tot omrekening naar de euro-eenheid dient over te gaan (1). (1) Zie Cass. 12 nov. 2003, AR P.03.1203.F, AC 2003, nr. 566.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0412.N

A V,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

Marleen VERBURGT, advocaat, met kantoor te 9820 Merelbeke, Gaver-sesteenweg 575, in haar hoedanigheid van curator over het faillissement van To-puss bvba,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 20 februari 2012.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. De appelrechters die vaststellen dat de eiseres samen met haar echtgenoot alle aandelen bezit van de vennootschap en zij beiden statutair zaakvoerder zijn, dat de eiseres kennis had van de brief van 7 december 1987 uitgaande van de ven-nootschap en gericht aan het ministerie van Economische zaken waarin melding wordt gemaakt van de "zeer slechte financiële toestand" van de enige klant, een gelieerde vennootschap waarvan de eiseres en haar echtgenoot eveneens zaak-voerder en vennoot zijn, en dat na het ongunstig antwoord van het ministerie van Economische zaken om tot uitverkoop over te gaan, de gewraakte betalingen wer-den gedaan, geven aldus te kennen dat de eiseres op de hoogte was van het finan-ciële reilen en zeilen van de vennootschap en dat de betalingen waren ingegeven door het nakende faillissement en konden aldus wettig besluiten dat de eiseres op de hoogte was van de staking van betaling.

Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.

2. De overige grieven zijn afgeleid en mitsdien niet ontvankelijk.

Tweede middel

3. Luidens artikel 14 van de Verordening (EG) Nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro worden verwijzingen naar de nationale munteenheden in rechtsinstrumenten die aan het einde van de overgangsperiode bestaan, gelezen als verwijzingen naar de euro-eenheid, overeenkomstig de res-pectieve omrekeningskoersen.

Overeenkomstig artikel 1 van de Verordening (EG) Nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro worden rechterlijke uitspraken als zulke rechtsinstrumenten beschouwd.

4. Uit deze bepalingen volgt niet dat de rechter die een veroordeling die rechtsgeldig is uitgesproken in Belgische frank bevestigt, zelf tot omrekening naar de euro-eenheid dient over te gaan.

Het middel faalt naar recht..

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 580,37 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 24 mei 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van grif-fier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche B. Wylleman G. Jocqué

K.Mestdagh A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Invoering van de euro

  • Verwijzingen naar de nationale munteenheden in rechtsinstrumenten

  • Bevestiging door de rechter van een rechtsgeldig uitgesproken veroordeling in Belgische frank

  • Omrekening naar de euro-eenheid