- Arrest van 28 mei 2013

28/05/2013 - P.13.0881.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 13 Wet Europees Aanhoudingsbevel volgt dat de persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd zijn instemming met de overlevering uitsluitend kan betuigen tegenover de procureur des Konings die daarbij handelt zoals voorgeschreven door die bepaling; die regel geldt ook indien de betrokkene tijdens de rechtspleging voor de onderzoeksgerechten die ingevolge zijn aanvankelijke weigering om in te stemmen met de overlevering geroepen zijn om zich over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel uit te spreken alsnog te kennen geeft met de overlevering te willen instemmen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0881.N

Y D S B,

persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd,

eiser,

met als raadslieden mr. Carl Slabbaert, advocaat bij de balie te Antwerpen en mr. Joris Van Cauter, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Gustaaf Callierlaan 175, waar de eiser woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 april 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 13 Wet Europees Aanhoudings-bevel: het arrest oordeelt ten onrechte dat de kamer van inbeschuldigingstelling niet over enige rechtsmacht beschikt om de eiser in de mogelijkheid te stellen om overeenkomstig de eerste paragraaf van deze bepaling zijn instemming met de overlevering te geven ten overstaan van de procureur des Konings; die instemming is een recht dat bestaat gedurende alle stadia van de rechtspleging; de eiser had in zijn appelconclusie de kamer van inbeschuldigingstelling verzocht hem toe te laten die instemming te geven; de kamer van inbeschuldigingstelling kon dat verzoek dan ook niet wettig negeren; zij had de rechtspleging moeten schorsen of uitstel verlenen, iets waartoe zij ongetwijfeld rechtsmacht had.

2. Artikel 13 Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt:

"§ 1. Indien de betrokken persoon instemt met zijn overlevering wordt deze in-stemming gegeven ten overstaan van de procureur des Konings, zulks in het bijzijn van zijn advocaat en nadat de persoon in kennis is gesteld van de gevolgen van zijn instemming, inzonderheid het gegeven dat hij aldus afziet van de mogelijkheid een beroep te doen op de toepassing van het specialiteitsbeginsel.

§ 2. Hij maakt daarvan een proces-verbaal op. Het proces-verbaal wordt gefor-muleerd op een wijze waaruit blijkt dat de betrokken persoon vrijwillig heeft inge-stemd en zich ten volle bewust was van de daaruit voortvloeiende gevolgen.

§ 3. Ingeval van instemming door de betrokken persoon en onder voorbehoud van de controle door de onderzoeksrechter op grond van artikel 14, beslist de procu-reur des Konings over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel.

§ 4. De instemming kan in ieder stadium van de procedure worden gegeven. Zij kan door de persoon worden ingetrokken tot op het tijdstip van zijn daadwerkelijke overlevering."

3. Uit artikel 13 Wet Europees Aanhoudingsbevel volgt dat de persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, zijn instemming met de overlevering uitsluitend kan betuigen tegenover de procureur des Konings, die daarbij handelt zoals voorgeschreven door die bepaling.

Die regel geldt ook indien de betrokkene tijdens de rechtspleging voor de onder-zoeksgerechten, die ingevolge zijn aanvankelijke weigering om in te stemmen met de overlevering geroepen zijn om zich over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel uit te spreken, alsnog te kennen geeft met de overlevering te willen instemmen.

4. Het staat aan de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel is uitge-vaardigd of aan zijn raadsman om zich met dat doel tot de procureur des Konings te wenden.

De onderzoeksgerechten die moeten oordelen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel, zijn niet ertoe gehouden om ingeval de betrokkene alsnog te kennen geeft met de overlevering te willen instemmen, zonder zich daar-toe tot de procureur des Konings te hebben gericht, de rechtspleging te schorsen of uit te stellen.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

5. Het arrest dat eisers verzoek hem in de mogelijkheid te stellen om overeen-komstig artikel 13, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel, zijn instemming te ge-ven ten overstaan van de procureur des Konings afwijst, is naar recht verant-woord.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 74,31 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 28 mei 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

P. Hoet A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Tenuitvoerlegging

  • Procedure

  • Instemming