- Arrest van 31 mei 2013

31/05/2013 - D.11.0019.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het verbod het beroep van architect in welke hoedanigheid ook uit te oefenen zonder inschrijving op een van de tabellen van de orde of op een lijst van stagiairs geldt enkel ten aanzien van degene die, hetzij als zelfstandige, hetzij als ambtenaar of beambte van een openbare dienst, hetzij als bezoldigde handelingen stelt die behoren tot het monopolie van de architect (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. D.11.0019.N

ORDE VAN ARCHITECTEN, publiekrechtelijke rechtspersoon, met zetel te 1000 Brussel, Livornostraat 160, bus 2,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

J.B.,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de raad van beroep van de Orde van Architecten, met het Nederlands als voertaal en zetelend te Gent, van 22 juni 2011.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 26 maart 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Krachtens artikel 4, eerste lid, van de wet van 20 februari 1939 op de be-scherming van de titel en van het beroep van architect, moeten de Staat, de pro-vincies, de gemeenten, de openbare instellingen en de particulieren een beroep doen op de medewerking van een architect voor het opmaken van de plannen en de controle op de uitvoering van de werken, waarvoor door de wetten, besluiten en reglementen een voorafgaande aanvraag om toelating tot bouwen is opgelegd.

Krachtens artikel 5 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten, mag niemand in België het beroep van architect in welke hoedanig-heid ook uitoefenen als hij niet op een van de tabellen van de Orde of op een lijst van stagiairs is ingeschreven.

Krachtens artikel 4, eerste lid, van het reglement van de beroepsplichten van de architecten, op 16 december 1983 door de nationale raad van de Orde van archi-tecten vastgesteld en goedgekeurd bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1985, oefent de architect zijn beroep uit hetzij als zelfstandige, hetzij als ambtenaar of beambte van een openbare dienst, hetzij als bezoldigde.

2. Het verbod het beroep van architect in welke hoedanigheid ook uit te oefe-nen zonder inschrijving op een van de tabellen van de orde of op een lijst van sta-giairs geldt enkel ten aanzien van degene die, hetzij als zelfstandige, hetzij als ambtenaar of beambte van een openbare dienst, hetzij als bezoldigde handelingen stelt die behoren tot het monopolie van de architect.

In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.

3. De raad van beroep oordeelt in concreto en aan de hand van de voorhanden zijnde gegevens dat in de taakomschrijving van de verweerster geen taken voor-komen die slechts kunnen uitgevoerd worden door een architect ingeschreven op een tabel van de Orde en dat het niet bewezen is dat de verweerster in werkelijk-heid toch dergelijke taken zou uitoefenen.

Deze zelfstandige niet-bekritiseerde reden schraagt de bestreden beslissing.

4. In zoverre het middel opkomt tegen de overtollige reden dat het niet aan de raad van beroep toekomt een "principiële grens" te trekken tussen daden die wel en niet onder het monopolie van de architect vallen, is het niet ontvankelijk.

5. Waar de eiseres in haar appelconclusie niet aanvoerde dat de verweerster wel taken uitoefende die onder het monopolie van de architect vielen, diende de raad van beroep de aard van de door de verweerster uitgevoerde taken niet nader te preciseren.

In zoverre het middel van het tegendeel uitgaat, kan het niet worden aangenomen.

Tweede middel

6. Krachtens artikel 4, eerste lid, van het reglement van 16 december 1983, oe-fent de architect zijn beroep uit hetzij als zelfstandige, hetzij als ambtenaar of be-ambte van een openbare dienst, hetzij als bezoldigde.

Krachtens artikel 5, eerste lid, van dit reglement is de zelfstandige architect dege-ne die, voltijds of deeltijds, zijn beroep uitoefent buiten ieder publiekrechtelijk statuut of dienstbetrekking.

Krachtens artikel 6, eerste lid, van dit reglement is de architect-ambtenaar degene die aangeworven of benoemd is als architect door een openbare dienst, zoals de Staat, een gewest, een provincie, een gemeente, een intercommunale, een openbare instelling of een parastatale instelling.

Krachtens artikel 7, eerste lid, van dit reglement is de architect-bezoldigde degene die het beroep geheel of ten dele in dienst van een natuurlijke of rechtspersoon uitoefent in het raam van een arbeidsovereenkomst voor bedienden.

7. Krachtens artikel 5, eerste lid, van de wet van 20 februari 1939 op de be-scherming van de titel en van het beroep van architect mogen de ambtenaren en beambten van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen, buiten hun functie, niet als architect optreden.

Krachtens het tweede lid wordt van die bepaling afgeweken ten behoeve van de architecten die een van de voornoemde hoedanigheden slechts verkrijgen op grond van een onderwijstaak voor een vak dat verband houdt met de architectuur of de bouwtechniek.

Krachtens het derde lid wordt van die bepaling eveneens afgeweken ten voordele van de architect-ambtenaren die de plannen van hun persoonlijke woning willen opstellen en ondertekenen en toezicht willen uitoefenen op de desbetreffende bouwwerken.

8. Krachtens artikel 8, eerste lid, van voormeld reglement, kan de architect-bezoldigde zijn beroep niet als zelfstandige uitoefenen dan met voorafgaande machtiging van de raad van de Orde die beslist, rekeninghoudend met de elemen-ten eigen aan de zaak, inzonderheid met de beschikbaarheid van de architect voor de bouwheer.

9. Uit deze bepalingen volgt dat het beroep van architect kan worden uitgeoe-fend hetzij als zelfstandige, hetzij als ambtenaar, hetzij als bezoldigde, maar dat de architect-ambtenaar, behoudens in de door de wet voorziene uitzonderingsgeval-len, niet mag optreden als zelfstandige architect en dat de architect-bezoldigde slechts als zelfstandige architect mag optreden mits machtiging van de raad van de Orde.

Uit deze bepalingen volgt niet dat degene die een ander beroep dan dat van archi-tect in het kader van een privaatrechtelijke dienstbetrekking uitoefent, verboden is het beroep van architect deeltijds als zelfstandige uit te oefenen.

Het middel dat geheel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 749,71 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en op de openbare rechtszitting van 31 mei 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bij-stand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns E. Stassijns

Vrije woorden

  • Uitoefening beroep

  • Geen inschrijving

  • Verbod