- Arrest van 5 juni 2013

05/06/2013 - P.12.1248.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Met het oog op de toepassing van maatregelen van bewaring, behoeding en opvoeding ten aanzien van iemand die, nog vóór hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd, treft de jeugdrechtbank alle maatregelen en doet ze het onderzoek verrichten dat nodig is om de persoonlijkheid van de betrokkene en het milieu waarin hij wordt grootgebracht te kennen en uit te maken waar zijn belangstelling ligt en welke middelen voor zijn opvoeding of behandeling geschikt zijn; zij kan de jongere onder meer een medisch-psychologisch onderzoek doen ondergaan, indien het meegedeelde dossier haar niet voldoende lijkt; hoewel het verboden is de onderzoeksverslagen te gebruiken voor andere doeleinden dan die waarvoor ze zijn opgesteld, staan de bepalingen van de Jeugdbeschermingswet niet eraan in de weg dat de jeugdrechtbank zich, alvorens de gepaste maatregelen te nemen, baseert op gegevens uit dat onderzoek om te bepalen of de feiten die de minderjarige ten laste worden gelegd zijn bewezen (1). (1) Zie Cass. 12 mei 1999, AR P.99.0036.F, AC 1999, nr. 280; Cass. 19 okt. 2005, AR P.05.0807.F, AC 2005, nr. 519, met concl. adv.-gen. Vandermeersch; Cass. 19 okt. 2005, AR P.05.1287.F, AC 2005, nr. 526, met concl. adv.-gen. Vandermeersch; Cass. 4 maart 2008, AR P.07.1541.N, AC 2008, nr. 151; Cass. 30 juni 2009, AR P.09.0308.N, AC 2009, nr. 451; Cass. 20 okt. 2010, AR P.09.0269.F, AC 2010, nr. 614.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1248.F

1. D. D.,

minderjarig op het ogenblik van de feiten,

2. F. D.,

vader van D. D.,

3. E. P.,

moeder van D. D.,

Mrs. Bernard Pannier, advocaat bij de balie te Doornik, en Benjamine Bovy, ad-vocaat bij de balie te Brussel,

tegen

Y. M.,

optredend in eigen naam en in de hoedanigheid van wettig beheerster van de goe-deren van haar minderjarig kind, K. B.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, jeugdkamer, van 4 juni 2012.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

A. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissing op de straf-vordering

Het middel, dat de schending aanvoert van de artikelen 50 en 55 Jeugdbescher-mingswet, verwijt het arrest dat het de feiten bewezen verklaart die de eerste eiser ten laste zijn gelegd, door met name te steunen op gegevens uit het medisch-psychologisch onderzoek dat de eerste rechter heeft bevolen.

De Jeugdbeschermingswet biedt de jeugdrechtbank de mogelijkheid om ten aan-zien van personen die vóór de leeftijd van achttien jaar een als misdrijf omschre-ven feit hebben gepleegd, beschermingsmaatregelen te nemen die door artikel 37, § 1, eerste lid, als maatregelen van bewaring, behoeding en opvoeding zijn om-schreven.

Voor zijn beslissing neemt de rechter de factoren in aanmerking die in het tweede lid van die bepaling zijn opgesomd, met name de persoonlijkheid en de maturi-teitsgraad van de betrokkene alsook de ernst van de feiten, de omstandigheden waarin zij zijn gepleegd, de schade en de gevolgen voor het slachtoffer.

Met het oog op de toepassing van de maatregelen treft de rechtbank alle maatrege-len en doet het onderzoek verrichten dat nodig is om de persoonlijkheid van de betrokkene en het milieu waarin hij wordt grootgebracht, te kennen en om uit te maken wat zijn belang is en welke middelen voor zijn opvoeding of behandeling geschikt zijn. Zij kan de jongere onder meer een medisch-psychologisch onderzoek doen ondergaan indien het meegedeelde dossier haar niet voldoende lijkt.

Hoewel het verboden is de onderzoeksverslagen te gebruiken voor andere doel-einden dan die waarvoor ze zijn opgesteld, staan de voormelde bepalingen niet er-aan in de weg dat de jeugdrechtbank zich, alvorens de gepaste maatregelen te ne-men, baseert op gegevens uit dat onderzoek om te bepalen of de feiten bewezen zijn die de minderjarige ten laste zijn gelegd.

Het middel faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissing die, op de burgerlijke rechtsvordering, uitspraak doet over

1. het beginsel van de aansprakelijkheid

De eisers voeren geen bijzonder middel aan.

2. de omvang van de schade

De eisers doen afstand van hun cassatieberoep.

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van de cassatieberoepen in zoverre ze gericht zijn te-gen de beslissingen die, op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster, uit-spraak doen over de omvang van de schade.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 5 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Maatschappelijk en medisch-psychologisch onderzoek

  • Aanwending van de verslagen

  • Beperkende voorwaarden