- Arrest van 5 juni 2013

05/06/2013 - P.13.0683.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Geen enkele wettelijke bepaling of algemeen rechtsbeginsel leggen de rechter de verplichting op te antwoorden op een verzoek dat geen verband houdt met de uitspraak over de strafvordering; de rechter moet aldus de dag van de effectieve vrijheidsbeneming niet preciseren opdat de werkelijke duur van de voorlopige hechtenis daarvan zou worden afgetrokken.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0683.F

K. Z.,

Mr. Alexandre Chateau, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

1. B. H.,

2. NATIONAAL VERBOND VAN DE ONAFHANKELIJKE ZIEKEN-FONDSEN.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, cor-rectionele kamer, van 12 maart 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

Op de rechtszitting van 29 mei 2013 heeft afdelingsvoorzitter Frédéric Close ver-slag uitgebracht en heeft advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo gecon-cludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvor-dering

Eerste middel

Het middel verwijt het arrest dat het niet antwoordt op de conclusie van de eiser, in zoverre daarin het hof van beroep werd verzocht de dag van zijn effectieve vrijheidsbeneming te preciseren zodat de werkelijke duur van zijn voorlopige hechtenis daarvan zou worden afgetrokken.

Geen enkele wettelijke bepaling of algemeen rechtsbeginsel leggen de rechter evenwel de verplichting op te antwoorden op een verzoek dat geen verband houdt met de uitspraak over de strafvordering.

Bovendien vereist artikel 195, zesde lid, Wetboek van Strafvordering niet dat de inlichtingen die de rechter de partijen moet geven over de uitvoeringsmodaliteiten van de door hem uitgesproken vrijheidsstraf, in het veroordelend vonnis worden vermeld.

Het middel faalt naar recht.

(...)

Vierde middel

Uit het eerste en tweede lid van artikel 195bis Wetboek van Strafvordering, die bij artikel 211 van dat wetboek van toepassing zijn op het hof van beroep, volgt dat de griffier het arrest binnen achtenveertig uren moet laten tekenen door de rech-ters die het hebben gewezen en dat, indien een of meer rechters zich in de onmo-gelijkheid bevinden om te tekenen, alleen de anderen tekenen, met vermelding van die onmogelijkheid.

De voormelde termijn is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid en artikel 782 Gerechtelijk Wetboek dat ook voor strafzaken vereist dat het vonnis of arrest vóór de uitspraak wordt ondertekend, is zelf ook niet substantieel of voorgeschre-ven op straffe van nietigheid. Belangrijk is alleen dat het arrest door het voorge-schreven aantal magistraten is gewezen, dat zij alle zittingen en de beraadslaging over de zaak hebben bijgewoond en dat zij hun beslissing tekenen of dat, wanneer ze in de onmogelijkheid verkeren om te tekenen, dit op de beslissing wordt beves-tigd.

Daaruit volgt dat, in strijd met wat het middel aanvoert, de rechter wiens onmoge-lijkheid om te tekenen naar recht is vastgesteld, die beslissing niet hoeft te onder-tekenen wanneer daaraan een einde is gekomen.

Ten slotte blijkt de bij artikel 211bis Wetboek van Strafvordering vereiste eenpa-righeid van de rechters in hoger beroep uit een bijzondere vermelding van de be-slissing. Ze wordt bewezen hetzij door de handtekening van de magistraten die uitspraak hebben gedaan, hetzij door de authentieke vermelding waarin wordt vastgesteld dat één of twee onder hen in de onmogelijkheid verkeren om te teke-nen.

Het middel faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 5 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Verzoek dat geen verband houdt met de uitspraak over de strafvordering

  • Verplichting van de rechter