- Arrest van 5 juni 2013

05/06/2013 - P.13.0955.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De grief tot staving van een vordering tot wraking wegens gewettigde verdenking en hoge graad van vijandschap, die niet wordt gestaafd door de processtukken, kan geen grondslag vinden in de loutere bewering dat de vermeldingen in het proces-verbaal van de rechtszitting in strijd zijn met de werkelijkheid, aangezien het proces-verbaal op authentieke wijze de feiten bewijst die het dient vast te stellen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0955.F

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, die woonplaats heeft gekozen bij de Nationale Invorderingscel van de Federale Overheidsdienst Financiën,

Mr. Martine Bourmanne, advocaat bij de balie te Brussel,

verzoeker tot wraking van een raadsheer in het hof van beroep te Brussel,

in zake

DE PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL,

en

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën,

burgerlijke partij,

tegen

1. H. de C.-S. e.a.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Bij akte die op 24 mei 2013 op de griffie van het hof van beroep te Brussel is neergelegd, op 27 mei 2013 op de griffie van het Hof is ingekomen en aan dit ar-rest is gehecht, vordert de eiser de wraking van Isabelle De Saedeleer, raadsheer in voormeld hof van beroep en voorzitster van de kamer die kennisneemt van de strafvordering die tegen de beklaagden is ingesteld.

Die magistraat heeft op 27 mei 2013 de bij artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven verklaring afgelegd waarbij zij, met opgave van redenen, weigert zich van de zaak te onthouden.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

A. Verzoek tot verdaging

1. De eiser vraagt dat de zaak zou worden verdaagd, met toepassing van artikel 1107 Gerechtelijk Wetboek, om te antwoorden op de conclusie van het openbaar ministerie.

2. De aangevoerde wetsbepaling regelt het cassatieberoep en niet de vordering tot wraking waarover, overeenkomstig artikel 838, tweede lid, van dat wetboek, binnen acht dagen uitspraak moet worden gedaan.

Het verzoek tot verdaging kan bijgevolg niet worden ingewilligd.

B. Vordering tot wraking

3. De wraking wordt gevorderd wegens gewettigde verdenking en hoge graad van vijandschap.

4. De eiser voert aan dat het openbaar ministerie en hijzelf hadden gevraagd dat de voorzitter van de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI), de au-teur van een schriftelijk advies dat door de procureur-generaal op de rechtszitting van het hof van beroep is neergelegd, zou worden verhoord. Volgens de eiser heeft raadsheer De Saedeleer dat verhoor geweigerd en heeft zij haar mening dienaangaande duidelijk gemaakt nog vóór de betrokken partijen hun verzoek konden toelichten.

Het proces-verbaal van de rechtszitting van 22 mei 2013 vermeldt evenwel dat nadat het openbaar ministerie het voormelde advies had neergelegd, de betrokken partijen het woord hebben gekregen, dat het hof kennis heeft genomen van het verslag, daarover heeft beraadslaagd en heeft gezegd dat er geen grond is om het verzoek tot verhoor in te willigen.

De grief wordt bijgevolg niet gestaafd door de processtukken. Hij kan geen grondslag vinden in de loutere bewering dat de vermeldingen in het proces-verbaal van de rechtszitting in strijd zijn met de werkelijkheid, aangezien het pro-ces-verbaal op authentieke wijze de feiten bewijst die het dient vast te stellen.

5. Het behoort tot de bevoegdheid van de feitenrechter om te beoordelen of het verhoor van een deskundige, een technisch raadsman, een getuige of een speurder, kunnen bijdragen tot het achterhalen van de waarheid. De beslissing dat het gevraagde verhoor het debat alleen maar nutteloos zou rekken, kan als dusdanig niet beschouwd worden als de uiting van een vooroordeel ten gunste van een van de partijen.

6. De wrakende partij verwijt de betrokken magistraat dat zij zich niet heeft uitgesproken over het verhoor van een tweede deskundige die eveneens was aan-gezocht om zijn mening te geven over de stukken die de verdediging van een der beklaagden had neergelegd.

Uit de verklaring van raadsheer De Saedeleer blijkt evenwel dat die tweede des-kundige zijn advies nog niet heeft ingediend en dat het hof van beroep de partijen heeft meegedeeld dat het in dat geval voorbarig zou zijn hem te horen.

Die beslissing loopt niet vooruit op de beslissing die de kamer waar de strafvorde-ring aanhangig is gemaakt, in voorkomend geval, na kennisneming van het ver-wachte advies, zal nemen.

7. De weigering om de auteur van een deskundigenverslag of van een tech-nisch advies op de rechtszitting te horen, belet als dusdanig niet om een debat op tegenspraak over het neergelegde stuk te voeren.

8. Volgens de wrakende partij was de dienstdoende voorzitter van de correcti-onele kamer van oordeel dat het verslag van de Cel voor Financiële Informatie-verwerking oninteressant was, omdat het beperkt bleef tot algemeenheden over belastingparadijzen.

De wrakende partij schrijft de bedoelde magistraat ook uitlatingen en een inge-steldheid toe die de sereniteit van het onderzoek van de zaak in gevaar brengen.

Die feiten worden evenwel door de voormelde raadsheer formeel ontkend en wor-den niet gestaafd door de processen-verbaal van de rechtszitting.

9. De eiser levert geen bewijs of begin van bewijs van de wrakingsgronden. Het Hof kan bijgevolg alleen maar verwijzen naar de verklaring van de gewraakte magistraat, aangezien de voorgelegde gegevens onvoldoende grond opleveren om een getuigenbewijs daarvoor te bevelen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het verzoek.

Wijst gerechtsdeurwaarder Marc Verjans, met kantoor te Elsene, Kroonlaan 358, aan om het arrest binnen achtenveertig uren aan de partijen te betekenen.

Veroordeelt de verzoeker tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 5 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Strafzaken

  • Wrakingsgronden

  • Gewettigde verdenking en hoge graad van vijandschap

  • Grief

  • Bewering dat de vermeldingen in het proces-verbaal van de rechtszitting in strijd zijn met de werkelijkheid

  • Zonder grondslag