- Arrest van 11 juni 2013

11/06/2013 - P.13.0436.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Er is strafbare poging wanneer de dader niet spontaan en uit eigen beweging een einde maakt aan de uitwendige daden die een begin van uitvoering van de misdaad of wanbedrijf uitmaken, maar ten gevolge van een externe gebeurtenis, zoals de reactie van het slachtoffer of een psychologische beïnvloeding; de rechter stelt onaantastbaar vast of het begin van uitvoering wordt gestaakt door omstandigheden, onafhankelijk van de wil van de dader en het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgtrekkingen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen (1). (1) Zie A. De Nauw, Inleiding tot het Algemeen Strafrecht, 3e editie, nrs 133 ev.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0436.N

H E F E, alias E H E F, alias E H E F,

beklaagde, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Wim Smets, advocaat bij de balie te Turnhout,

tegen

S E F, in eigen naam en als wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen S Y en S Y,

burgerlijke partij,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 11 februari 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 51 Strafwetboek: het arrest ver-oordeelt de eiser voor poging doodslag, terwijl het uit de vaststelling alleen dat het voornemen om te doden werd gestaakt door het roepen en krijsen van de kinderen niet naar recht kon afleiden dat de eiser niet spontaan en uit eigen beweging is opgehouden met de uitvoering van het voorgenomen misdrijf.

2. Er is strafbare poging wanneer de dader niet spontaan en uit eigen beweging een einde maakt aan de uitwendige daden die een begin van uitvoering van de misdaad of wanbedrijf uitmaken, maar ten gevolge van een externe gebeurtenis, zoals de reactie van het slachtoffer of een psychologische beïnvloeding.

3. De rechter stelt onaantastbaar vast of het begin van uitvoering wordt ge-staakt door omstandigheden, onafhankelijk van de wil van de dader.

Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgtrekkingen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen.

4. Het arrest (p. 6 en 7) oordeelt dat eisers intentie om te doden blijkt uit zijn woorden, het gebruik van een hakmes, het feit dat hij naar de hals sloeg en het volhouden ervan, met name door eerst te slaan, vervolgens te steken met een vleesmes en nadien het uithalen met het hakmes. Het acht de verklaring van de verweerster geloofwaardig waarin zij verklaarde dat:

- zij met een stoel naar de eiser sloeg waardoor het mes op de grond viel;

- zij de slag met het hakmes naar haar keel kon afweren met de linkerarm, waar-door zij zwaar gekwetst werd;

- haar kinderen in paniek begonnen te krijsen en te roepen;

- de eiser wegvluchtte.

5. Met deze redenen hebben de appelrechters wettig kunnen besluiten dat het voornemen om te doden alleen gestaakt werd "ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van de wil van [de eiser], m.n. door het roepen en krijsen van de kinderen" en is de beslissing naar recht verantwoord.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 94,11 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechts-zitting van 11 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bij-stand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

P. Hoet A. Bloch P. Maffei

Vrije woorden

  • Begrip

  • Beoordeling door de rechter