- Arrest van 11 juni 2013

11/06/2013 - P.13.0428.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het eerlijke karakter van het proces kan in het gedrang komen wanneer de bewijsgaring in haar geheel is geschied in omstandigheden die doen twijfelen aan de betrouwbaarheid van het verkregen bewijs omdat er twijfel bestaat over de onpartijdigheid van de onderzoeker die het onderzoek gevoerd of mede-gevoerd heeft; de vrees voor een partijdige bewijsgaring moet evenwel objectief gerechtvaardigd zijn; daarvoor is niet vereist dat het bewijs geleverd wordt dat de onderzoeker effectief partijdig heeft gehandeld en geen onderzoek à décharge gevoerd heeft, maar de rechter moet vaststellen dat er objectieve redenen voorhanden zijn die bij de partijen de gewettigde vrees doen ontstaan dat dit het geval geweest is (1). (1) Zie R. Declercq, Beginselen van Strafrechtspleging, 2010, nrs. 2048 ev.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0428.N

I

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWER-PEN,

vervolgende partij,

eiser,

tegen

1. H J M V D K,

beklaagde,

2. T P J M V Z,

beklaagde,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerders woonplaats kiezen.

II

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, met kabinet te 1040 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Directie van de Bijzondere Belastinginspectie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 5,

burgerlijke partij,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. H J M V D K, reeds vermeld,

beklaagde,

2. T P J M V Z, reeds vermeld,

beklaagde,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerders woonplaats kiezen.

III

DE GRUYTER-CAUS bvba, met zetel te 2030 Antwerpen, Boterhamvaart-weg 2,

burgerlijke partij,

eiseres,

tegen

H J M V D K, reeds vermeld,

beklaagde,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen, correctionele kamer, van 16 januari 2013.

De eiser I voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

De eiseres III voert geen middel aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc de Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen

1. De eisers II en III, die niet tot de kosten van de strafvordering zijn veroor-deeld, hebben geen hoedanigheid om de beslissing op de strafvordering aan te vechten.

In zoverre ook tegen die beslissing ingesteld, zijn hun cassatieberoepen niet ont-vankelijk.

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepalingen:

- de artikelen 6.1 EVRM en 14.1 IVBPR,

- artikel 29, tweede lid, Wetboek van Strafvordering,

- het algemene rechtsbeginsel houdende het recht op een eerlijk proces.

2. Het eerlijke karakter van het proces kan in het gedrang komen wanneer de bewijsgaring in haar geheel is geschied in omstandigheden die doen twijfelen aan de betrouwbaarheid van het verkregen bewijs omdat er twijfel bestaat over de on-partijdigheid van de onderzoeker die het onderzoek gevoerd of mede-gevoerd heeft. De vrees voor een partijdige bewijsgaring moet evenwel objectief gerecht-vaardigd zijn. Daarvoor is niet vereist dat het bewijs geleverd wordt dat de onder-zoeker effectief partijdig heeft gehandeld en geen onderzoek à décharge gevoerd heeft, maar de rechter moet vaststellen dat er objectieve redenen voorhanden zijn die bij de partijen de gewettigde vrees doen ontstaan dat dit het geval geweest is.

3. Het arrest oordeelt dat:

- de gedetacheerde fiscaal ambtenaar G.V. verscheidene onderzoekshandelingen die het arrest vermeldt, heeft uitgevoerd;

- de gedetacheerde fiscaal ambtenaar G.V. gehuwd is en samenwoont met D.W. die belast is met het fiscaal onderzoek betreffende de verweerders en overeen-komstig artikel 29, tweede lid, Wetboek van Strafvordering de ten laste geleg-de feiten heeft kenbaar gemaakt aan de procureur des Konings, ook al heeft hijzelf die kennisgeving niet ondertekend;

- de fiscus zich burgerlijke partij kan stellen bij een vervolging voor fiscale vals-heid in geschrifte en niet-aangifte of onjuiste aangifte van belastingen en der-halve ook belang heeft bij de resultaten van het strafonderzoek;

- het dan ook van zeer groot belang is dat aan de gedetacheerde ambtenaar niet kan verweten worden partijdig te zijn en dat de objectieve houding van de ge-detacheerde ambtenaar verwacht wordt zowel tijdens een opsporingsonderzoek als tijdens een gerechtelijk onderzoek;

- alhoewel G.V. de in het koninklijk besluit van 21 januari 2007 tot vaststelling van de regels waarbij de ambtenaren van fiscale administraties ter beschikking worden gesteld van de procureur des Konings of de arbeidsauditeur teneinde hen bij te staan in de uitoefening van hun taken, bepaalde onverenigbaarheden niet heeft miskend, toch moet worden vastgesteld dat het gegeven dat haar echtgenoot, met wie zij samenwoont, wel kennis heeft van het voorgaand fis-caal onderzoek, namelijk dit fiscaal onderzoek samen met een collega leidt, en hij de kennisgeving aan het openbaar ministerie heeft gedaan, in hoofde van de verweerders terecht de schijn van partijdigheid en afhankelijkheid en de schijn van een onderzoek dat enkel à charge wordt gevoerd, doet ontstaan;

- men kan begrijpen dat de verweerders zich situaties voorstellen waarbij de me-dewerker van het openbaar ministerie, die hun zaak mede onderzoekt, tijdens het ontbijt over het dossier praat met de fiscale ambtenaar die het fiscaal on-derzoek doet in de zaak die de aanzet gaf tot het strafonderzoek en dat het be-grijpelijk is dat de verweerders dan in de veronderstelling leven dat ze geen eerlijk proces hebben gehad, dat het onderzoek niet à décharge werd gevoerd en dat de fiscus in feite - zij het onrechtstreeks - het onderzoek heeft gediri-geerd.

4. Met die redenen oordeelt het arrest niet dat aannemelijk is dat het onderzoek door de gedetacheerde ambtenaar uitsluitend à charge is gevoerd noch dat er bewijsgegevens werden achtergehouden. Aldus oordeelt het arrest niet dat er objectieve redenen voorhanden zijn die rechtvaardigen dat er bij de verweerders de gewettigde vrees kan ontstaan dat de gedetacheerde fiscale ambtenaar als onderzoeker partijdig is kunnen optreden en is de beslissing niet naar recht verantwoord.

Grieven van de eisers I en II

5. De grieven kunnen niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en behoeven geen antwoord.

Omvang van de cassatie

6. De vernietiging van de beslissing over de strafvordering brengt de vernieti-ging met zich mee van de beslissingen op de door de eiser II tegen de verweerders II en de door de eiseres III tegen de verweerder III ingestelde burgerlijke rechts-vorderingen, welke beslissingen steunen op dezelfde onwettigheid.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Bepaalt de kosten in het geheel op 608,20 euro waarvan de eiser I 283 euro ver-schuldigd is, de eiser II 129,25 euro verschuldigd is en de eiseres III 125,95 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechts-zitting van 11 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bij-stand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

P. Hoet A. Bloch P. Maffei

Vrije woorden

  • Strafzaken

  • Eerlijk proces

  • Partijdige bewijsgaring

  • Beoordeling door de rechter