- Arrest van 12 juni 2013

12/06/2013 - P.13.0312.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een aan de gang zijnde vervolging van het basisdelict, verplicht de rechter bij wie witwassing aanhangig is gemaakt niet om de berechting van de zaak op te schorten.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0312.F

C. V.,

Mrs. Julien Pierre, advocaat bij de balie te Luik, en Michel Delacroix, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 16 januari 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

De eiser, die vervolgd wordt wegens witwassen, voert aan dat het hof van beroep niet naar recht heeft kunnen beslissen dat het misdrijf bewezen was zolang de strafvordering die tegen een andere beklaagde wegens het oorspronkelijk misdrijf is ingesteld, niet is beëindigd.

Het bestaan van het in artikel 505, § 1, 3°, Strafwetboek bedoelde misdrijf hangt niet af van de veroordeling van een andere beklaagde wegens het misdrijf waaruit de vermogensvoordelen zijn voortgekomen.

Het volstaat dat de wederrechtelijke oorsprong en de kennis die de dader daarvan had bewezen zijn. De verlangde duidelijkheid vereist niet dat de misdaad of het wanbedrijf met behulp waarvan de vermogensvoordelen zijn verkregen, worden gepreciseerd voor zover de rechter, op grond van de aan zijn beoordeling voorge-legde feitelijke gegevens, de wettelijke herkomst van die voordelen volledig kan uitsluiten.

Daaruit volgt dat een aan de gang zijnde vervolging van het basismisdrijf, de rech-ter bij wie een feit van witwassen aanhangig is gemaakt niet verplicht om de be-rechting van de zaak op te schorten.

Het middel faalt naar recht.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 12 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Witwassen

  • Rechter bij wie een feit van witwassen aanhangig is gemaakt

  • Aan de gang zijnde vervolging wegens het basisdelict

  • Gevolg

  • Opschorting van de berechting van de zaak