- Arrest van 12 juni 2013

12/06/2013 - P.12.0994.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer een inverdenkinggestelde de nietigheid van een onderzoekshandeling en van de daaropvolgende rechtspleging opwerpt, om het bestaan te betwisten van ernstige aanwijzingen van schuld die de voorlopige hechtenis verantwoorden, dient het onderzoeksgerecht, dat hier niet met toepassing van artikel 235bis van het Wetboek van Strafvordering handelt, alleen een onderzoek prima facie van de aangevoerde onregelmatigheid te verrichten (1). (1) Cass. 11 feb. 2004, AR P.04.0203.F, AC 2004, nr. 74.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0994.F

M. M.,

Mrs. Olivier Martins, Mariana Boutuil en Alain Delfosse, advocaten bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 30 mei 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Middel

Eerste twee onderdelen samen

De eiser, die vervolgd wordt wegens heling en deelneming aan een criminele or-ganisatie, voert in de eerste plaats aan dat de appelrechters niet op zijn conclusie hebben geantwoord waarin hij de regelmatigheid betwist van de beschikkingen waarbij de telefoontap wordt bevolen, voorafgaand aan het bevel tot aanhouding. Vervolgens verwijt hij de kamer van inbeschuldigingstelling dat zij de telefoontap niet onwettig heeft verklaard.

Wanneer een inverdenkinggestelde de nietigheid van een onderzoekshandeling en van de daaropvolgende rechtspleging opwerpt om het bestaan te betwisten van ernstige aanwijzingen van schuld die de voorlopige hechtenis verantwoorden, dient het onderzoeksgerecht, dat hier niet met toepassing van artikel 235bis Wet-boek van Strafvordering handelt, alleen een onderzoek prima facie van de aange-voerde onregelmatigheid te verrichten.

Met overneming van de redenen van de eerste rechter wijst het arrest erop dat de voormelde beschikkingen op afdoende wijze met redenen zijn omkleed betreffen-de het bestaan van ernstige aanwijzingen van schuld met betrekking tot feiten waarvoor de telefoontap kan worden bevolen en betreffende het subsidiariteitsbe-ginsel. Het stelt dienaangaande vast dat daarin wordt verwezen naar het specifieke karakter van de feiten, naar de criminele organisatie alsook naar mogelijke deelneming van arbeiders op de luchthaven, om te verantwoorden dat de andere onderzoeksmiddelen niet volstaan om de waarheid te achterhalen.

Met deze overwegingen antwoordt het arrest op het aangevoerde verweermiddel en verantwoordt het zijn beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 12 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Voorwaarden

  • Bestaan van ernstige aanwijzingen van schuld

  • Betwisting

  • Nietigheid van een onderzoekshandeling

  • Onderzoek prima facie