- Arrest van 14 juni 2013

14/06/2013 - C.12.0097.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Er kan aan de verplichting opgelegd aan de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk tot sanering van het door de exploitant aan zijn abonnees geleverde water met het oog op het behoud van de kwaliteit van het geleverde water, en waarvoor een bijdrage in de kostprijs kan worden aangerekend, worden voldaan door het afsluiten van een overeenkomst als voorzien in artikel 6bis, §§3 en 4, van het Decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0097.N

VLAAMSE MAATSCHAPPIJ VOOR WATERVOORZIENING cvba, met zetel te 1030 Schaarbeek, Vooruitgangstraat 189,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

B. R.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de vrederechter te Maaseik van 29 juli 2011.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Krachtens artikel 6bis, § 1, van het Decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, hierna Drinkwaterdecreet, wordt elke exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk belast met de sanering van het door de exploitant aan haar abonnees geleverde water met het oog op het be-houd van de kwaliteit van het geleverde water.

Krachtens artikel 6bis, § 2, Drinkwaterdecreet kan de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk om aan zijn saneringsverplichting te voldoen, deze sane-ring hetzij zelf organiseren, hetzij hiervoor beroep doen op een derde.

Krachtens § 3 van voormeld artikel wordt aan de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting in hoofde van de exploitant van een openbaar waterdistribu-tienetwerk voldaan door een overeenkomst af te sluiten met de gemeente, ge-meentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijke samenwerkingsverband of een door de gemeente na een publieke marktbevraging aangestelde entiteit.

Krachtens § 4 van voormeld artikel wordt aan de uitvoering van de bovengemeen-telijke saneringsverplichting in hoofde van de exploitant van een openbaar water-distributienetwerk voldaan door een overeenkomst af te sluiten met de in § 1 van artikel 32septies van de wet van 26 maart 1971 bedoelde vennootschap.

2. Krachtens artikel 16bis, § 1, Drinkwaterdecreet kunnen de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk een bijdrage in de kostprijs van de opgeleg-de saneringsverplichting aanrekenen lastens hun abonnees.

Krachtens artikel 16bis, § 2, van voormeld decreet worden de bijdragen in de kostprijs van de opgelegde saneringsverplichting op gemeentelijk en bovenge-meentelijk vlak als onderdeel van de integrale prijs voor het leveren van water via het openbaar waterdistributienetwerk opgenomen in de waterfactuur.

Krachtens artikel 16bis, § 3, eerste en zevende lid, bepaalt de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk onder toezicht van de economische toezicht-houder, het tarief van de bijdrage in functie van de kosten die hij moet dragen om zijn saneringsverplichting op gemeentelijk en bovengemeentelijk vlak na te komen. De bijdrage voor de sanering op gemeentelijk vlak is bestemd voor de financiering van de gemeentelijke saneringsverplichting.

3. Uit deze bepalingen volgt dat aan de saneringsplicht zoals opgelegd in arti-kel 6bis, § 1, Drinkwaterdecreet en waarvoor een bijdrage in de kostprijs kan worden aangerekend lastens de abonnee kan worden voldaan door het afsluiten van een overeenkomst als voorzien in artikel 6bis, § 3 en § 4.

4. Het bestreden vonnis dat, zonder na te gaan of de overeenkomsten bedoeld in artikel 6bis, § 3 en § 4, Drinkwaterdecreet werden afgesloten, oordeelt dat de eiseres zich niet van haar saneringsplicht heeft gekweten en zodoende geen aan-spraak kan maken op saneringskosten, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de vrederechter van het kanton Genk.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit als afdelingsvoorzitter Eric Dirix, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Bart Wylleman, en in open-bare rechtszitting van 14 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Di-rix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche B. Wylleman A. Smetryns

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Drinkwater

  • Exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk

  • Saneringsplicht