- Arrest van 14 juni 2013

14/06/2013 - C.13.0170.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het verzoek tot onttrekking van de zaak aan de Uitvoerende Kamer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars die het Nederlands als voertaal heeft, dient te worden afgewezen aangezien uit de wet blijkt dat het instituut slechts één uitvoerende kamer en één kamer van beroep, die het Nederlands als voertaal hebben, omvat, zodat de verwijzing naar een instantie van dezelfde rang in die omstandigheden niet mogelijk is en niet verenigbaar met de organisatie en de werking van de Uitvoerende Kamer van dit Beroepsinstituut (1). (1) Zie Cass. 26 feb. 2009, AR C.09.0011.F, AC 2009, nr. 160, waarin het verzoek tot onttrekking echter om dezelfde reden “onontvankelijk” werd verklaard.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0170.N

K. S.,

verzoeker tot onttrekking van de zaak aan de rechter wegens gewettigde verden-king,

met als raadsman mr. Maarten Haegemans, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1210 Brussel, Waterkrachtstraat 6,

in de zaak van de uitvoerende kamer van het beroepsinstituut van vastgoedmake-laars, beslissing van 18 januari 2013 (UK/EB 2223),

lastens

K. S..

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De verzoeker heeft in de tuchtzaak lastens hem ingesteld en waarin op 18 januari 2013 een tuchtrechtelijke beslissing bij verstek werd genomen, op 10 april 2013 een verzoek neergelegd tot onttrekking van de zaak aan de Nederlandstalige Uit-voerende Kamer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars op grond van gewettigde verdenking.

Het arrest van het Hof van 3 mei 2013 verklaart het verzoek niet kennelijk onont-vankelijk. Het beveelt de mededeling aan de voorzitter van de Nederlandstalige Uitvoerende Kamer van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars, teneinde te-gen 31 mei 2013 een verklaring op de uitgifte van het arrest te stellen in overleg met de leden van deze uitvoerende kamer waarvan de namen zijn vermeld en die deze verklaring mede ondertekenen.

De voorzitter en de leden hebben op 30 mei 2013 de wettelijk opgelegde verkla-ring gesteld binnen de door het arrest bepaalde termijn.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 658 Gerechtelijk Wetboek geschiedt de verwijzing wan-neer het Hof de onttrekking beveelt op grond van artikel 648, 1° tot en met 3°, Gerechtelijk Wetboek, naar de instantie van dezelfde aanleg, en wanneer de onttrekking wordt gelast krachtens artikel 648 iuncto 652 Gerechtelijk Wetboek kan de verwijzing gebeuren naar dezelfde rechtbank anders samengesteld.

2. Uit deze bepalingen volgt dat de wetgever een onderscheid maakt naarge-lang de oorzaak van de onttrekking en een verwijzing naar dezelfde instantie an-ders samengesteld alleen mogelijk heeft gemaakt in geval van verzuim de zaak te berechten, wat niet kan worden gelijkgesteld of vergeleken met een onttrekking op grond van onder meer gewettigde verdenking.

3. Behoudens de verwijzing ingevolge artikel 652 wegens verzuim de zaak te berechten, dient het Hof in tuchtzaken de zaak dan ook te verwijzen naar een an-dere instantie in dezelfde aanleg.

Een procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter wegens gewettigde ver-denking veronderstelt dienvolgens dat, in het geval het Hof het verzoek zou inwil-ligen, de verwijzing naar een andere instantie van dezelfde aard mogelijk is.

4. Krachtens artikel 7, § 3, van de kaderwet van 3 augustus 2007 betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen omvat het instituut onder meer twee uitvoerende kamers en twee kamers van beroep, die respectievelijk het Frans en het Nederlands als voertaal hebben.

5. De verwijzing naar een instantie van dezelfde rang is in die omstandigheden niet mogelijk en niet verenigbaar met de organisatie en werking van de uitvoeren-de kamer van het beroepsinstituut van vastgoedmakelaars.

Zonder wetgevende tussenkomst kan het Hof aan deze leemte in de wet niet ver-helpen.

Het verzoek tot onttrekking dient dienvolgens te worden afgewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het verzoek tot onttrekking.

Veroordeelt de verzoeker tot de kosten.

Bepaalt de kosten op nul euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Bart Wylleman, en op de openbare rechtszitting van 14 juni 2013 uitgesproken door afde-lingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Van-dewal, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche B. Wylleman A. Smetryns

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars

  • Nederlandstalige uitvoerende kamer

  • Verwijzing naar een instantie van dezelfde rang

  • Onmogelijkheid