- Arrest van 18 juni 2013

18/06/2013 - P.13.0528.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Uit artikel 235bis, § 4, Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat de kamer van inbeschuldigingstelling die ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van één van de partijen de regelmatigheid van de haar voorgelegde procedure onderzoekt, de opmerkingen hoort van de procureur-generaal, de burgerlijke partij en de inverdenkinggestelde en artikel 61bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat eenieder tegen wie de strafvordering wordt ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek, dezelfde rechten geniet als een inverdenkinggestelde, volgt dat wanneer een in artikel 61bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde persoon niet werd gehoord omdat hem niet of niet regelmatig kennis werd gegeven van de vaststelling van de zaak, het recht op tegenspraak is miskend; de oproeping en het horen van alle partijen is een waarborg voor alle betrokkenen in verband met het onderzoek naar de regelmatigheid van het onderzoek of de rechtspleging (1). (1) zie de concl. van het O.M.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0528.N

I

1. AARTSBISDOM MECHELEN-BRUSSEL, met zetel te 2800 Mechelen, Wollemarkt 15,

2. G D,

voorheen verzoekers tot opheffing van onderzoekshandelingen,

eisers,

met als raadsman mr. Fernand Keuleneer, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Verenigingstraat 28, waar de eisers woonplaats kiezen.

II

R V,

persoon tegen wie de strafvordering is ingesteld,

eiser,

met als raadsman mr. Joris Van Cauter, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Gustaaf Callierlaan 175, waar de eiser woonplaats kiest,

de eisers I en II tegen

achtenzeventig burgerlijke partijen,

verweerders.

III

J H,

burgerlijke partij,

eiser.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 21 februari 2013.

De eisers I voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

De eiser III voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier grieven aan.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft op 7 juni 2013 ter griffie van het Hof een schriftelijke conclusie neergelegd.

Op de rechtszitting van 18 juni 2013 heeft raadsheer Luc Van hoogenbemt verslag uitgebracht en heeft de voornoemde eerste advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel van de eiser II

1. Het middel voert schending aan van artikel 235bis Wetboek van Strafvorde-ring: het arrest werd gewezen zonder dat de eiser II de kans geboden werd tegen-spraak te voeren over de regelmatigheid van de procedure; de eiser II die op geen van de rechtszittingen waarop deze zaak behandeld werd, aanwezig of vertegen-woordigd was, werd hiervoor evenmin regelmatig opgeroepen; nochtans heeft de onderzoeksrechter op 28 september 2012 geoordeeld dat de eiser II "niet in ver-denking werd gesteld doch wel nominatief wordt geviseerd door burgerlijke par-tijen; dat betrokkene aldus dezelfde rechten geniet als de inverdenkinggestelde in de zin van artikel 61bis (Wetboek van Strafvordering) en om inzage van het dossier kan verzoeken."

2. Artikel 235bis, § 4, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de kamer van inbeschuldigingstelling die ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van één van de partijen de regelmatigheid van de haar voorgelegde procedure onderzoekt, de opmerkingen hoort van de procureur-generaal, de bur-gerlijke partij en de inverdenkinggestelde.

Artikel 61bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat eenieder tegen wie de strafvordering wordt ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek, dezelfde rechten geniet als een inverdenkinggestelde.

3. De oproeping en het horen van alle partijen is een waarborg voor alle be-trokkenen in verband met het onderzoek naar de regelmatigheid van het onder-zoek of de rechtspleging.

Wanneer een partij niet werd gehoord omdat haar niet of niet regelmatig kennis werd gegeven van de vaststelling van de zaak, is het recht op tegenspraak mis-kend.

4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- de eiser II een persoon is tegen wie de strafvordering is ingesteld;

- hem geen kennis werd gegeven van de behandeling van de controle van de re-gelmatigheid van het onderzoek;

- hij niet aanwezig was, noch vertegenwoordigd werd op de rechtszittingen waarop de zaak behandeld werd.

Aldus werd zijn recht op tegenspraak miskend.

Het middel is gegrond.

Omvang van de cassatie

5. De hierna uit te spreken vernietiging van de beslissing op het cassatieberoep van de eiser II brengt ook de vernietiging mee van de beslissing in zoverre zij be-trekking heeft op de eisers I en III.

Middelen van de eisers I en grieven van de eiser III

6. De middelen en grieven kunnen niet tot cassatie zonder verwijzing leiden. Zij behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten van de cassatieberoepen ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten in het geheel op 376,48 euro waarvan op het cassatieberoep I 53,40 euro is verschuldigd, op het cassatieberoep II 163,29 euro is verschuldigd en op het cassatieberoep III 124,80 euro is verschuldigd.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de open-bare rechtszitting van 18 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

E. Francis A. Lievens

P. Hoet L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Kamer van inbeschuldigingstelling

  • Onderzoek van de regelmatigheid van de procedure

  • Verplichting de opmerking van partijen te horen

  • Met de inverdenkinggestelde gelijkgestelde partij

  • Verzuim een partij te horen of op te roepen