- Arrest van 20 juni 2013

20/06/2013 - F.11.0007.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Conclusie van advocaat-generaal Henkes.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0007.F

ITAL DISTRIBUTION nv,

Mr Jean-Pol Douny, advocaat bij de balie te Luik,

tegen

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 28 april 2010.

Het Hof heeft bij zijn arrest van 10 februari 2012 de eerste twee cassatiemiddelen verworpen en de uitspraak over het derde middel aangehouden tot het Grondwettelijk Hof de in het dictum van het arrest vermelde vraag zal hebben beantwoord.

Het Grondwettelijk Hof heeft die vraag beantwoord bij het arrest nr. 13/2013 van 21 februari 2013.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 29 mei 2013 een conclusie ter griffie neergelegd.

Raadsheer Martine Regout heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In het cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd, voert de eiseres drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Derde middel

Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn antwoord op de vraag die het Hof heeft gesteld in zijn antwoord van 10 februari 2012, voor recht gezegd dat artikel 70, § 2, eerste lid, Btw-wetboek de artikelen 10 en 11 Grondwet schendt in zoverre het het de rechtbank van eerste aanleg niet mogelijk maakt de in dit artikel voorgeschreven geldboete gepaard te laten gaan met uitstel.

Het preciseert dat die vaststelling van gedeeltelijke ongrondwettigheid echter niet tot gevolg heeft dat die bepaling, in afwachting van een optreden van de wetgever, niet meer zou kunnen worden toegepast door de rechtsinstanties wanneer zij vaststellen dat de overtredingen vaststaan, dat het bedrag van de geldboete niet onevenredig is met de ernst van de overtreding en dat er geen reden zou zijn geweest om uitstel te verlenen zelfs indien de wet in die maatregel had voorzien.

Het bestreden arrest stelt vast dat het misdrijf bewezen is en dat het bedrag van de geldboete niet onevenredig is met de ernst van het misdrijf.

Het oordeelt "dat in de thans aan het hof [van beroep] voorgelegde hypothese voor het overige in concreto niet blijkt dat de omstandigheid dat de wetgever niet in een eventueel uitstel heeft voorzien voor de toepassing van de door de wet bepaalde geldboetes, op zich en principieel van die aard is dat het de toepassing van de door de wet bepaalde fiscale geldboetes in de weg staat, gezien de opgelegde geldboete niet onevenredig lijkt met de ernst van het misdrijf en het instellen van de mogelijkheid in fiscale aangelegenheden uitstel te verlenen, met inbegrip van probatieuitstel, ontegensprekelijk onder de uitsluitende bevoegdheid van de wetgever valt".

Het arrest dat toepassing maakt van artikel 70, § 2, eerste lid, Btw-wetboek zonder vast te stellen dat er geen aanleiding zou zijn geweest de eiseres uitstel te verlenen, ook al had de wet in die maatregel voorzien, schendt de artikelen 10 en 11 Grondwet.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het oordeelt over de ontvankelijkheid van het hoger beroep en over het aan de eiseres ten laste gelegde misdrijf.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Mireille Delange, Marie-Claire Ernotte en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 20 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Smetryns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde

  • Artikel 70, § 2, eerste lid

  • Geldboete

  • Uitstel

  • Rechtbank

  • Bevoegdheid

  • Schending van de artikelen 10 en 11 Gw.

  • Draagwijdte