- Arrest van 21 juni 2013

21/06/2013 - F.11.0110.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De bepalingen van een besluit van de Vlaamse Executieve zijn geen bepalingen in de zin van artikel 26, §1, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof, die kunnen worden onderworpen aan een toetsing door het Grondwettelijk Hof (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0110.N

DENAEYER PAPIER nv, in vereffening, met zetel te 2830 Willebroek, Mechel-sesteenweg 19, voor wie optreedt als vereffenaar Narol nv, met zetel te 1860 Meise, Hasseltbergstraat 16,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ (VMM), met zetel te 9320 Erembode-gem, Alfons Van de Maelestraat 96,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 22 maart 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 4 februari 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. De eiseres voert aan dat de appelrechters artikel 26, § 2, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof schenden door aan het Grondwettelijk Hof de door haar voorgestelde prejudiciële vraag naar de verenigbaarheid van het besluit van de Vlaamse Executieve van 16 februari 1993 met artikel 170, § 2, Grondwet, niet te stellen.

2. De bepalingen van een besluit van de Vlaamse Executieve zijn geen bepa-lingen in de zin van artikel 26, § 1, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof, die kun-nen worden onderworpen aan een toetsing door het Grondwettelijk Hof.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

3. De appelrechters oordelen dat:

- de verweerster terecht verwijst naar artikel 35novies van de wet van 26 maart 1971, "waarbij het aan (haar) behoort alle initiatieven te nemen om te komen tot de juiste heffing, waarbij haar decretale opdrachten aanwezig zijn op grond van de wet zelf";

- de belastbare basis niet vastgesteld wordt door de bemonstering doch wel door de wet.

4. De appelrechters die aldus te kennen geven dat de door de eiseres voorge-stelde prejudiciële vraag gesteund is op een onjuiste juridische stelling, dienden niet verder te antwoorden op het in het onderdeel bedoelde verweer.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 186,01 euro en voor de verweerster op 84,69 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 21 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky B. Wylleman F. Van Volsem

G. Jocqué K. Mestdagh E. Stassijns

Vrije woorden

  • Prejudiciële vraag

  • Hof van Cassatie

  • Verplichting

  • Grenzen

  • Grondwettigheid van een besluit van de Vlaamse Executieve