- Arrest van 21 juni 2013

21/06/2013 - F.11.0176.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De omstandigheid dat de aankoop en de verkoop van aandelen is geboekt overeenkomstig artikel 20 van het Jaarrekeningbesluit van 8 oktober 1976, sluit niet uit dat de rechter onderzoekt of de geboekte minwaarde op de verkoop van aandelen, voldoet aan de voorwaarden van artikel 44 WIB64 (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0176.N

ALLAN THOMSEN & C° nv, met zetel te 2970 Schilde, Dianalaan 23,

eiseres,

met als raadslieden mr. Bernard Van Vlierden en mr. Filip Smet, advocaten bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Karel Oomsstraat 47 A/5, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijk directeur der directe belastingen te Antwerpen II, met kantoor te 2500 Lier, Kruisbogenhof-straat 24, bus 1,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine de Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 7 juni 2011, op verwijzing gewezen na arrest van het Hof van 9 februari 2006.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 4 februari 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. De omstandigheid dat de aankoop en de verkoop van aandelen is geboekt overeenkomstig artikel 20 van het Jaarrekeningbesluit van 8 oktober 1976, sluit niet uit dat de rechter onderzoekt of de geboekte minwaarde op de verkoop van aandelen, voldoet aan de voorwaarden van artikel 44 WIB64.

In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de rechter gebonden is door de boekin-gen die zijn gebeurd overeenkomstig voormeld artikel 20, zonder te onderzoeken of zij inhoudelijk aan de realiteit beantwoorden, faalt het naar recht.

2. De rechter die de bewijswaarde beoordeelt van overeenkomsten waarop een partij zich steunt, miskent de bewijskracht ervan niet door aan deze overeenkom-sten niet de gevolgen te verbinden die de aanvoerende partij eraan hecht.

Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.

3. De rechter die aan de hand van de overgelegde stukken onderzoekt of de minwaarde waarop een partij zich beroept, voldoet aan de voorwaarden gesteld door artikel 44 WIB64, of thans artikel 49 WIB92, schendt daardoor deze artike-len niet.

In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat een minwaarde die is geboekt overeen-komstig artikel 20 van het Jaarrekeningbesluit van 8 oktober 1976, niet kan ge-toetst worden aan de voorwaarden gesteld door de artikelen 44 WIB64 en 49 WIB92, faalt het naar recht.

Tweede onderdeel

4. De appelrechters beantwoorden het verweer van de eiseres dat het bewijs van de minwaarde geleverd wordt door de verkoopovereenkomst met betrekking tot die aandelen, door de aftrek van het beweerdelijk geleden verlies te verwerpen op grond van de overwegingen dat de waardebepaling van die aandelen door Sparekassen SDS geen gefundeerde waardebepaling uitmaakt, dat het verslag V. niet toelaat vast te stellen dat de waardering die aan de betreffende aandelen was gegeven en waarop de door de eiseres geboekte minwaarde is berekend, correct is en dat het verslag van bedrijfsrevisor A. de betwiste waardebepaling van de aan-delenparticipatie niet tot de zijne heeft willen maken.

Het onderdeel mist in zoverre het feitelijke grondslag.

5. In zoverre het onderdeel de schending aanvoert van de artikelen 44 WIB64 en 49 WIB92 is het afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 149 Grondwet en is het mitsdien niet ontvankelijk.

6. De appelrechters oordelen niet dat de eiseres zich uitsluitend beroept op het waarderingsrapport van Sparekassen SDS, het verslag van bedrijfsrevisor A. en het rapport van bedrijfsrevisor V..

In zoverre het onderdeel de miskenning aanvoert van de bewijskracht van haar conclusie na cassatie is het gesteund op een verkeerde lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 168,51 euro en voor de verweerder op 383,10 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Bart Wylleman, en op de openbare rechtszitting van 21 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky B. Wylleman F. Van Volsem

G. Jocqué K. Mestdagh E. Stassijns

Vrije woorden

  • Minderwaarden op de verkoop van aandelen