- Arrest van 24 juni 2013

24/06/2013 - S.12.0086.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de werkloze een aangifte van de persoonlijke en familiale toestand C 1 bij zijn uitbetalingsinstelling indient en daarin vermeldt dat hij door zijn verhuizing onder een ander werkloosheidsbureau ressorteert maar de uitbetalingsinstelling nalaat het dossier met die verklaring over te zenden naar dat bureau, is de oproeping, bepaald bij artikel 140 van het koninklijk besluit, verstuurd door de Rijkdienst voor arbeidsvoorziening naar het adres vermeld op de laatste C 1-aangifte die hij ontvangen heeft, regelmatig, ongeacht de verplichting van de uitbetalingsinstelling om de uitkeringen te betalen die aan de werkloze niet konden worden uitbetaald wegens de nalatigheid of de fout van die instelling.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.12.0086.F

S. R.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Brussel van 29 maart 2012.

Raadsheer Mireille Delange heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

Artikel 133, § 1, Werkloosheidsbesluit verplicht de werklozen, bedoeld in die be-paling, een dossier in te dienen bij de uitbetalingsinstelling bevattende een uitke-ringsaanvraag en alle stukken welke de directeur van het werkloosheidsbureau nodig heeft om over het recht op uitkeringen te beslissen en het bedrag ervan te bepalen. Overeenkomstig de tweede paragraaf, moet het dossier bedoeld in de eerste paragraaf inzonderheid een aangifte van de persoonlijke en familiale toe-stand bevatten indien 1° de werkloze voor het eerst uitkeringen wenst te beko-men, 2° het genot van de uitkeringen onderbroken werd gedurende meer dan één jaar of 4° de werkloze verhuist, wanneer de gemeente van de nieuwe hoofdver-blijfplaats onder een ander werkloosheidsbureau ressorteert.

Artikel 134, § 1, 1°, Werkloosheidsbesluit vermeldt dat de werkloze bij zijn uitbe-talingsinstelling een nieuw dossier moet indienen wanneer hij verhuist en de ge-meente van de nieuwe hoofdverblijfplaats onder hetzelfde werkloosheidsbureau ressorteert. Paragraaf 2, 2°, bepaalt dat voornoemd dossier inzonderheid een aan-gifte van de persoonlijke en familiale toestand moet bevatten.

Krachtens artikel 90, § 1, 1°, Uitvoeringsbesluit Werkloosheid, genomen in uit-voering van artikel 138, eerste lid, 4°, Werkloosheidsbesluit, moet de werkloze in de regel een wijzigende gebeurtenis meedelen door middel van de "aangifte van de persoonlijke en familiale toestand" C1.

Het model van de aangifte van de persoonlijke en familiale toestand C1 vastge-legd door het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening over-eenkomstig artikel 138, tweede lid, Werkloosheidsbesluit, verzoekt de werkloze aangifte te doen van het adres van zijn werkelijke verblijfplaats.

Volgens artikel 92, § 1, Uitvoeringsbesluit Werkloosheid dient de uitbetalingsin-stelling het dossier in bij het bevoegde werkloosheidsbureau.

Overeenkomstig de artikelen 17, § 2, tweede lid, 2°, en 167, § 4, Werkloosheids-besluit, moet de uitbetalingsinstelling aan de rechthebbende de uitkeringen betalen die hem verschuldigd zijn en die hem niet konden betaald worden wegens de nalatigheid of de fout van deze instelling, inzonderheid indien documenten laattijdig werden overgemaakt aan het werkloosheidsbureau.

Volgens artikel 139, eerste en derde lid, Werkloosheidsbesluit kan het werkloos-heidsbureau alle door de werkloze ingediende verklaringen en stukken nazien en nagaan of de werknemer voldoet aan alle vereisten om op uitkering aanspraak te maken. Krachtens artikel 140 kan de directeur de werkloze ontbieden op het werkloosheidsbureau. Overeenkomstig artikel 70, eerste lid, wordt de werkloze die geen gevolg heeft gegeven aan een dergelijke oproeping uitgesloten van het recht op uitkeringen.

Uit het geheel van de voornoemde bepalingen volgt dat, wanneer de werkloze een aangifte van de persoonlijke en familiale toestand C1 bij zijn uitbetalingsinstelling indient waarin hij kennis geeft van zijn verhuizing binnen het ressort van hetzelfde werkloosheidsbureau, maar de uitbetalingsinstelling nalaat het dossier met die aangifte naar dat bureau toe te zenden, de oproeping bepaald bij artikel 140 Werk-loosheidsbesluit en gestuurd door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening naar het adres van de laatst ontvangen C1 aangifte, regelmatig is, onverminderd de verplichting van de uitbetalingsinstelling de uitkeringen te betalen die aan de werkloze niet konden worden betaald wegens de nalatigheid of fout van deze in-stelling.

Het arrest stelt vast dat de verweerder kennis had van een "adres Geefsstraat te 1030 Brussel" [...] , door de eiser vermeld op het C1 formulier dat op 11 juli 2006 ingevuld werd", dat de eiser in hoger beroep de "kopie van een [...] C1 formulier heeft voorgelegd dat de uitbetalingsinstelling in 2007 zou hebben ontvangen, met een adres te Laken, Hennaustraat" en dat de verweerder betwistte die informatie van de uitbetalingsinstelling te hebben ontvangen. Het stelt dat "de verweerder geen nauwkeurige noch een officiële informatie [...] had betreffende het adres te Laken", en "dat het adres waarvan de verweerder kennis had" datgene was van de Geefsstraat te 1030 Brussel.

Uit die redenen volgt dat de verweerder, volgens het arrest, geen aangifte van de persoonlijke en familiale toestand C1 heeft ontvangen waarin de verhuizing van de eiser naar de Hennaustraat te Laken was vermeld.

Aldus verantwoordt het arrest naar recht zijn beslissing dat de eiser in 2008 en 2009 regelmatig werd opgeroepen op het door de verweerder gekende adres in de Geefsstraat te 1030 Brussel.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

[...].

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Alain Simon, Mi-reille Delange en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 24 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advo-caat-generaal , met bijstand van griffier Lutgarde Body.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Werkloze

  • Verhuizing

  • Adresverandering

  • Verklaring

  • C1 formulier

  • Geen mededeling aan de RVA

  • Fout van de uitbetalingsinstelling

  • RVA

  • Oproeping