- Arrest van 26 juni 2013

26/06/2013 - P.13.1098.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De omstandigheid dat de feiten identiek zijn, waardoor de facultatieve weigeringsgrond kan worden toegepast als bepaald in artikel 6, 1° van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, wordt op onaantastbare wijze door de feitenrechter beoordeeld en het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen naar recht heeft kunnen afleiden of het om identieke feiten gaat; het onderzoeksgerecht dat oordeelt dat de in Duitsland en vervolgens in België gepleegde feiten niet dezelfde zijn, ook niet als ze zouden zijn gepleegd in de loop van eenzelfde politieachtervolging van de persoon op wie het Europees aanhoudingsbevel betrekking heeft, kan het bestaan uitsluiten van een voortdurend misdrijf en dus ook van de weigeringsgrond bedoeld in het voormelde artikel 6, 1° (1). (1) Zie Cass. 3 feb. 2009, AR P.08.1742.N, AC 2009, nr. 90.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1098.F

O. M., zonder gekende woon- of verblijfplaats in België,

persoon op wie het Europees aanhoudingsbevel betrekking heeft, gedetineerd,

Mrs. Nathalie Fonsny, advocaat bij de balie te Eupen, en Gabrielle Weisgerber, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep, dat in het Duits is gesteld, is gericht tegen het arrest dat in die taal is gewezen door het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldiging-stelling, op 13 juni 2013.

Bij beschikking van 18 juni 2013 heeft de eerste voorzitter van het Hof beslist dat de rechtspleging vanaf de rechtszitting in het Frans zal worden gevoerd.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Beide middelen samen

De eiser heeft voor de kamer van inbeschuldigingstelling aangevoerd dat de in het Europees aanhoudingsbevel bedoelde feiten dezelfde zijn als die waarvoor hij reeds in België wordt vervolgd. De eiser leidt daaruit af dat er reden was om de weigeringsgrond voor de tenuitvoerlegging toe te passen die, in dergelijk geval, bij artikel 6, 1°, Wet Europees Aanhoudingsbevel is bepaald.

Het middel voert aan dat het arrest, door desbetreffend geen uitspraak te doen tenzij met een motivering die alleen de bewoordingen van de wet overneemt, het voormelde artikel 6.1 schendt alsook het recht van verdediging van de eiser mis-kent.

De feitenrechter beoordeelt op onaantastbare wijze of de feiten dezelfde zijn en het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen naar recht heeft kunnen beslis-sen of dat al dan niet het geval was.

Met overneming van de redenen van de beroepen beschikking, oordeelt het arrest dat de in Duitsland gepleegde poging tot doodslag en overtreding van de wapen-wet, geen deel uitmaken van het gerechtelijk onderzoek dat in België tegen de ei-ser is geopend, dat uitsluitend betrekking heeft op gelijkaardige maar afzonderlij-ke feiten die op het grondgebied van het Rijk zijn gepleegd.

De appelrechters, die oordelen dat de in Duitsland en vervolgens in België ge-pleegde feiten niet dezelfde zijn, ook niet als ze in de loop van eenzelfde achter-volging van de eiser door de politie zouden zijn gepleegd, sluiten zowel het be-staan uit van een voortdurend misdrijf, zoals door de eiser wordt aangevoerd, als de gevolgtrekking die hij daaruit maakte wat betreft de toepassing van de faculta-tieve weigeringsgrond bedoeld in artikel 6, 1°, van de wet.

De kamer van inbeschuldigingstelling omkleedt haar beslissing dus regelmatig met redenen en verantwoordt ze naar recht.

De middelen kunnen niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 26 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Tenuitvoerlegging gevraagd aan België

  • Onderzoeksgerechten

  • Weigeringsgrond bepaald in artikel 6, 1°, van de Wet Europees Aanhoudingsbevel

  • Identieke feiten

  • Onaantastbare beoordeling door de rechter

  • Feiten gepleegd in Duitsland en België tijdens eenzelfde achtervolging