- Arrest van 25 juni 2013

25/06/2013 - P.13.1094.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De plicht van het onderzoeksgerecht tot eerbiediging van het recht van verdediging van de inverdenkinggestelde over wiens handhaving van de voorlopige hechtenis het moet oordelen, houdt in dat het onderzoeksgerecht alle vereiste maatregelen dient te nemen opdat de inverdenkinggestelde in een voor hem begrijpelijke taal, zo nodig met bijstand van een tolk, en met bijstand van een advocaat, het debat met betrekking tot zijn voorlopige hechtenis kan volgen en zijn verweer tegen de handhaving van die hechtenis kan voeren.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1094.N

C D,

inverdenkinggestelde,

eiser,

met als raadsman mr. Karel Claes, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 10 juni 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepalingen

- het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging

1. De plicht van het onderzoeksgerecht tot eerbiediging van het recht van ver-dediging van de inverdenkinggestelde over wiens handhaving van de voorlopige hechtenis het moet oordelen, houdt in dat het alle vereiste maatregelen dient te nemen opdat de inverdenkinggestelde in een voor hem begrijpelijke taal, zo nodig met bijstand van een tolk, en desgewenst met bijstand van een advocaat, het debat met betrekking tot zijn voorlopige hechtenis kan volgen en zijn verweer tegen de handhaving van die hechtenis kan voeren.

2. Het arrest oordeelt met betrekking tot de deelname van de eiser aan het de-bat over de handhaving van zijn voorlopige hechtenis enkel:

"Aangezien de tolk Roemeens - Frans, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet tijdig ter zitting verschijnt, en [de eiser] evenmin wordt bijgestaan door een raadsman, doet het hof uitspraak op stukken op grond van artikel 23,2° van de wet van 20 juli 1990 op de voorlopige hechtenis;

De voorzitter stelt aan, als tolk Frans - Nederlands, de heer [V.], die de volgende eed in het Nederlands aflegt: (...)."

3. Aldus stelt het arrest niet vast dat de eiser in een voor hem begrijpelijke taal het debat heeft kunnen volgen noch dat hij zijn verweer heeft kunnen voeren. Evenmin stelt het arrest vast dat het onmogelijk was door het nemen van enige maatregel, zoals het ambtshalve uitstellen van de zaak naar een latere rechtszitting, de eiser met bijstand van een tolk Roemeens en van zijn advocaat het debat te laten volgen en hem in zijn verweer te horen.

Bijgevolg miskent het arrest eisers recht van verdediging.

Middelen van de eiser

4. Ingevolge de hierna uit te spreken vernietiging, behoeven eisers middelen, die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing, geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 91,63 euro.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 25 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Onderzoeksgerecht

  • Recht van verdediging

  • Plicht tot eerbiediging