- Arrest van 28 juni 2013

28/06/2013 - D.12.0020.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De bewarende maatregelen in artikel 473 Gerechtelijk Wetboek zijn maatregelen die de stafhouder neemt wanneer de voorzichtigheid dit eist om nadeel aan derden en aan de eer van de Orde te voorkomen wanneer “aan een advocaat feiten ten laste worden gelegd”; uit de wetsgeschiedenis van deze bepaling blijkt dat deze maatregel los van de opening van een tuchtonderzoek kan worden genomen en zonder dat een voorafgaande veroordeling hiertoe vereist is; hieruit volgt dat de aard van de opgelegde maatregel louter bewarend is (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. D.12.0020.N

X.

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, met kantoor te 1000 Brussel, Poelaertplein 1,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing van 5 juli 2012 van de tuchtraad van beroep voor advocaten.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 29 mei 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Artikel 473, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt: "Wanneer het wegens de aan een advocaat ten laste gelegde feiten te vrezen is dat zijn latere beroeps-werkzaamheid nadeel kan toebrengen aan derden of aan de eer van de Orde, kan de stafhouder de bewarende maatregelen nemen die de voorzichtigheid eist en met name aan de advocaat verbieden het gerechtsgebouw te betreden gedurende ten hoogste drie maanden."

Krachtens het tweede lid van voormeld artikel kan deze termijn op verzoek van de stafhouder worden verlengd bij een met redenen omklede beslissing van de raad van de Orde, nadat de betrokken advocaat werd gehoord.

Het derde lid bepaalt dat de betrokken advocaat tegen het verbod het gerechtsge-bouw te betreden en tegen de verlenging van de termijn ervan, beslissingen die bij voorraad uitvoerbaar zijn, beroep kan aantekenen bij de tuchtraad van beroep.

2. Uit deze bepaling volgt dat de bewarende maatregelen bedoeld in artikel 473 maatregelen zijn die stafhouder neemt wanneer de voorzichtigheid dit eist om nadeel aan derden en aan de eer van de Orde te voorkomen wanneer "aan een ad-vocaat feiten ten laste worden gelegd".

Uit de wetsgeschiedenis van deze bepaling blijkt dat deze maatregel los van de opening van een tuchtonderzoek kan worden genomen en zonder dat een vooraf-gaande veroordeling hiertoe vereist is.

3. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt in zoverre naar recht.

4. Het middel voert verder schending aan van artikel 6.2 EVRM en van het vermoeden van onschuld gelet op de toepasselijkheid op "eenieder tegen wie een vervolging is ingesteld".

5. Uit r.o. 2 volgt dat de aard van de opgelegde maatregel louter bewarend is.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Tweede middel

6. Uit artikel 473, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek volgt dat het paleisverbod een van de maatregelen is die de stafhouder kan nemen.

Het feit dat artikel 473, derde lid, Gerechtelijke Wetboek enkel in een appelmoge-lijkheid voorziet tegen het paleisverbod, doet hieraan geen afbreuk.

7. Het middel dat in zijn geheel ervan uitgaat dat artikel 473 Gerechtelijk Wet-boek de stafhouder niet toelaat om een advocaat de toegang tot in België gelegen strafinrichtingen te ontzeggen, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 783,11 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh en Bart Wylle-man, en op de openbare rechtszitting van 28 juni 2013 uitgesproken door afde-lingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van In-gelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman K. Mestdagh

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Vermoeden van onschuld

  • Bewarende maatregelen door de stafhouder

  • Verbod het gerechtsgebouw te betreden

  • Aard