- Arrest van 9 juli 2013

09/07/2013 - P.13.1070.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 95/13, §2, van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden, op grond waarvan de strafuitvoeringsrechtbank een zitting kan organiseren indien zij het nuttig acht om te kunnen oordelen over het verzoek om penitentiair verlof of over het verzoek van de ter beschikking gestelde veroordeelde, volgt dat de strafuitvoeringsrechtbank op onaantastbare wijze de noodzaak beoordeelt om een zitting te organiseren om de ter beschikking gestelde veroordeelde te horen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1070.F

H'M. D.,

Mr. Marc-Antoine Legrand, advocaat bij de balie te Hoei.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, dat op 28 mei 2013 door de Straf-uitvoeringsrechtbank te Luik op verwijzing is gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 24 april 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Marie-Claire Ernotte heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thijs heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

Het middel vermeldt niet op welke wijze het vonnis de artikelen 95/11, 95/14, 96 en 98 Wet Strafuitvoering, zou hebben geschonden.

Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk.

Volgens artikel 95/13, § 2, van de wet, kan de strafuitvoeringsrechtbank, indien zij het nuttig acht om te kunnen oordelen over het verzoek om penitentiair verlof of over het verzoek van de ter beschikking gestelde veroordeelde, een zitting or-ganiseren.

Uit die bepaling volgt dat de strafuitvoeringsrechtbank op onaantastbare wijze de noodzaak beoordeelt om een zitting te organiseren om de ter beschikking gestelde veroordeelde te horen.

In zoverre het onderdeel aanvoert dat de eiser die om een penitentiair verlof ver-zoekt het recht heeft om vooraf op een zitting te worden gehoord zodra hij dat verlof aanvraagt, faalt het naar recht.

Voor het overige heeft de strafuitvoeringsrechter die op grond van zijn onaantast-bare beoordeling van de gegevens van het dossier oordeelt dat "het hem voorge-legde dossier volledig genoeg is om met kennis van zaken uitspraak te kunnen doen", naar recht kunnen beslissen dat het "niet nuttig was de gevraagde zitting te organiseren". De eiser kan geen miskenning van het recht van verdediging inroe-pen alleen omdat zijn verzoek werd afgewezen.

In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

(...)

Derde middel

Artikel 98 Wet Strafuitvoering bepaalt dat na een cassatiearrest met verwijzing, de strafuitvoeringsrechter uitspraak doet binnen veertien dagen, te rekenen van de uitspraak van dit arrest.

Aangezien die bepaling in geen enkele sanctie voorziet, tast het enkele feit dat de beslissing van de strafuitvoeringsrechter die uitspraak doet op verwijzing, buiten die termijn is gewezen, de wettigheid van die beslissing niet aan.

Het middel dat het tegendeel beweert, faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, te Brussel, door af-delingsvoorzitter Paul Maffei, de raadsheren Didier Batselé, Koen Mestdagh, Peter Hoet en Marie-Claire Ernotte, en in openbare terechtzitting van 9 juli 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Bart Wylleman en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Strafuitvoeringsrechtbank

  • Ter beschikking gestelde veroordeelde

  • Verzoek om penitiair verlof

  • Noodzaak om een zitting te organiseren

  • Beoordeling van de rechtbank