- Arrest van 30 juli 2013

30/07/2013 - P.13.1311.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De tenuitvoerlegging van het Europees Aanhoudingsbevel moet worden geweigerd ingeval ernstige redenen bestaan te denken dat daardoor het vermoeden van onschuld zou worden miskend; het vermoeden van onschuld heeft betrekking op de houding van de rechter die kennis moet nemen van een strafrechtelijke beschuldiging (1). (1) Cass. 7 maart 2007, AR P.07.0259.N, AC 2007, nr. 129.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1311.N

K.,

persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden,

eiser,

met als raadslieden mr. Vic Van Aelst en mr. Tim Smet, beiden advocaat bij de balie te Antwerpen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 juli 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 4.5°, Wet Europees Aanhou-dingsbevel: het arrest oordeelt dat er geen ernstige redenen bestaan om te geloven dat de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel de eerbiediging van het vermoeden van onschuld door de rechtbank die uitspraak moet doen over de gegrondheid van de vervolgingen zou schaden; nochtans wordt het vermoeden van onschuld miskend door de uiteenzetting van de feiten in het Europees aan-houdingsbevel, die een "boutade" vormen van de vaststellingen van de Franse opsporingsdiensten en niet voor interpretatie vatbaar zijn; het Europees aanhou-dingsbevel werd weliswaar door het parket tegen de eiser uitgevaardigd, maar steunt op een rechterlijk bevel tot aanhouding.

2. In zoverre het middel gericht is tegen het Europees aanhoudingsbevel en niet tegen het arrest, is het niet ontvankelijk.

3. Krachtens artikel 16, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel, gaat de raad-kamer die uitspraak moet doen over de tenuitvoerlegging van een Europees aan-houdingsbevel na of één van de weigeringsgronden bepaald in de artikelen 4 tot 6 van dezelfde wet moet worden toegepast.

De tenuitvoerlegging van het Europees Aanhoudingsbevel moet worden gewei-gerd ingeval ernstige redenen bestaan te denken dat daardoor het vermoeden van onschuld zou worden miskend.

Het vermoeden van onschuld heeft betrekking op de houding van de rechter die kennis moet nemen van een strafrechtelijke beschuldiging.

4. Het arrest oordeelt dat:

- de titel, op de redactie waarvan de eiser kritiek heeft, niet uitgaat van een rech-ter, maar van de vervolgende overheid, nl. het Europees Aanhoudingsbevel uitgevaardigd op 16 mei 2011, door de procureur van de Franse republiek bij het tribunal de grande instance te Nancy;

- artikel 6.2 EVRM het openbaar ministerie niet verbiedt om in een akte van de rechtspleging te stellen dat de vervolgde persoon een misdrijf heeft gepleegd;

- er geen ernstige redenen bestaan om te geloven dat de tenuitvoerlegging van het Europees Aanhoudingsbevel de eerbiediging van het vermoeden van on-schuld door de rechtbank die uitspraak moet doen over de gegrondheid van de vervolgingen, zou schaden.

5. Met deze redenen verantwoorden de appelrechters hun beslissing over de toepassing van artikel 4.5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 71,01 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, sa-mengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Alain Simon, Peter Hoet en Marie-Claire Ernotte, en op de openbare rechtszitting van 30 juli 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols

M.-C. Ernotte P. Hoet

A. Simon K. Mestdagh P. Maffei

Vrije woorden

  • Tenuitvoerlegging

  • Voorwaarden

  • Vermoeden van onschuld

  • Miskenning