- Arrest van 27 augustus 2013

27/08/2013 - P.13.1424.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of overlevering, bepaald in artikel 26 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden, is een strafuitvoeringsmodaliteit die, zoals uit de bewoordingen ervan blijkt, alleen van toepassing is op vreemdelingen die niet over een geldige verblijfsvergunning, een nog niet verstreken verblijfsvergunning of een vestigingsvergunning beschikken alsook op hen waarvoor een uitleverings- of overleveringsverzoek is ingediend; daaruit volgt dat de strafuitvoeringsrechtbank, onverminderd de tegenaanwijzingen bepaald in artikel 47, §2, naar recht weigert de voorlopige invrijheidstelling toe te kennen, wanneer zij vaststelt dat de veroordeelde, hoewel hij vreemdeling is, verblijfsrecht in België heeft (1). (1) Zie concl. adv.-gen. VANDERMEERSCH bij Cass. 24 okt. 2007, AR P.07.1390.F, AC 2007, nr. 504.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1424.F

R. E.,

Mr. Jean-François Dister, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Luik van 26 juli 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Eerste middel

De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of overlevering, bepaald in artikel 26 Wet Strafuitvoering, is een strafuitvoe-ringsmodaliteit die, zoals uit de bewoordingen blijkt, alleen van toepassing is op vreemdelingen die niet over een geldige verblijfsvergunning, een nog niet verstre-ken verblijfsvergunning of een vestigingsvergunning beschikken alsook op hen die het voorwerp uitmaken van een uitleverings- of overleveringsverzoek. Daaruit volgt dat de strafuitvoeringsrechtbank, onverminderd de tegenaanwijzingen be-paald in artikel 47, § 2, naar recht weigert de invrijheidstelling toe te kennen, wanneer zij vaststelt dat de veroordeelde, hoewel hij vreemdeling is, verblijfsrecht in België heeft.

Het middel, dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

(...)

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, te Brussel, door af-delingsvoorzitter Frédéric Close, voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, de raadsheren Françoise Roggen, Erwin Francis en Bart Wylleman, en in openbare terechtzitting van 27 augustus 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bij-stand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Strafuitvoeringsrechtbank

  • Strafuitvoeringsmodaliteit

  • Voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied

  • Toepassingsgebied

  • Grenzen